Ik ben vorige week eens rustig gaan zitten voor het boek: “Quit, The Power of Introverts in a World That Can’t Stop Talking” van Susan Cain. Op de inhoud van het boek kom ik later een keer terug. Het is een boeiend boek met een hoog: “O zo zit dat dus”- gehalte, vergelijkbaar met mijn ervaringen met de boeken van Elaine Aron over hoogsensitiviteit. Erg herkenbaar en verhelderend. Voor nu sta ik stil bij de ervaring van het lezen zelf, want ik ben namelijk het fysieke boek aan het lezen en merkte een opvallend verschil met het lezen van e-books.
Lezen, veel lezen
Agnes en ik zijn lezers. Toen we trouwden werden onze boekencollecties samengevoegd en die namen toen een kleine 30 meter plankruimte in beslag. Het aantal meters plankruimte is niet toegenomen. Inmiddels staat een kleine 15 meter in de opslag. De planken zijn nog overvol want we kunnen geen boekhandel, ramsjafdeling of boekenbeurs voorbij lopen. Mijn ervaring met e-boeken begon in 2003 schat ik zo. Bij Mobipocket kocht ik een aantal Star Trek boeken die op een Psion Revo werden geladen en zo meegingen op vakantie naar Marokko. Ideaal. In de jaren daarna heb ik heel wat uurtjes mobiel gelezen via een verschillende PDA’s, een goedkope e-reader en uiteindelijk een Kindle. Ik neem de Kindle echt overal mee naartoe. Als we samen gaan winkelen en Agnes duikt de volgende zaak met dameskleding in, dan ga zoek ik een stoel op (bijna altijd wel te vinden voor de mannen die meegesjouwd worden) en lees ik rustig verder. Toen eerder dit jaar de Kindle stuk ging, vlak voor het instappen in het vliegtuig richting Hongarije, baalde ik behoorlijk. De iPad was voor die week een redelijk alternatief.
Lezen als aangenomen werk?
Maar goed, het digitale boek heeft voor mij de overhand genomen al vind ik het vasthouden van een fysiek boek nog steeds iets hebben. Dit weekend besefte ik dat er een verschil zit in het lezen tussen het fysieke boek en het digitale boek. Op de Kindle schiet ik van pagina naar pagina, simpelweg omdat er minder tekst op een scherm staat. Met het boek van Cain in de hand voelde ik een onrust, een neiging om snel door te bladeren. Onzin, want je zit tegen twee pagina’s tegelijk aan te kijken en qua inhoud is het geen vaag “Wij van WC-eend”-rapport dat je in hoog tempo kunt scannen. “Jan”, zo riep ik mezelf even tot de orde, “rustig aan. Het is geen aangenomen werk.”
Waar kwam het gevoel van haast vandaan? Ik had even alle tijd dus daar kon het niet aan liggen. Iets later zat ik op de iPad het nieuws door te nemen en een aantal tijdschriften te lezen. Klik! Een tweede observatie. Ik merkte dat ik op de iPad in hoog tempo aan het switchen was tussen artikelen, de feed van Twitter, de mail app, terug naar een artikel, naar een tijdschrift, en maar verder. Zelfs bij artikelen met behoorlijke diepgang flitste ik om de paar paragrafen naar een andere app. Krankzinnig.
Het deed me denken aan het boek “The Shallows” van Nicholas Carr, maar ook aan een recent onderzoek naar het gedrag van de zogenaamde “digital natives”. Die schijnen 27 keer per uur van mediaplatform te wisselen. Voor mezelf heb ik het niet bijgehouden, maar volgens mij haal ik de 27 keer per uur (net) niet. Raak ik het vermogen kwijt om rustig te lezen? Dit is een centrale vraag in het boek van Carr. Ik moet zeggen dat die vraag dit weekend een heel stuk persoonlijker en actueler is geworden.
Waar gaan de boeken naar toe?
Ik besefte vervolgens dat ik een kleine eeuwigheid niet meer in een bibliotheek ben geweest. Agnes gaat er om de twee, drie weken naar toe en komt dan met een stapel boeken thuis. Vorige week liep ik een van de wijkcentra binnen waar -naar mijn weten- een bibliotheek moest zijn. Niet meer dus. De bibliotheek was vervangen door twee kasten met een self-service terminal en vier vastgeklonken iPads. Een schamele bedoening. Agnes vertelde dat de bibliotheek bij ons de buurt binnenkort zou verdwijnen. De conclusie was snel te trekken dat voor een aantal achterstandswijken in Rotterdam-Zuid dan geen bibliotheek meer zou zijn. Waar ik als 9-jarige nog langs de vele kasten kon lopen om tegen nieuwe schrijvers en onderwerpen aan te lopen, is dat voor de 9-jarigen in mijn omgeving straks niet eens meer mogelijk. Zo ze dat al zouden willen natuurlijk, maar dat is een ander verhaal.
Dan maar richting het iPad-onderwijs?
Met enige verbijstering lees ik de afgelopen maanden de berichten dat het onderwijs “aan de iPad” moet. Voor Maurice “de klusjesman heeft het gedaan” de Hond vormt de Steve Jobs-school met iPads als een model voor toekomstgericht innovatief onderwijs. Links en rechts willen scholen de leerlingen verplichten om binnenkort met iPads te werken. Een paar dagen geleden kwam daar Ed Nijpels bij met zijn pleidooi om schoolboeken zo snel mogelijk te verbannen en te vervangen door iPads (en andere tablets, gelukkig maar) en digitale leerboeken. Of de overheid maar even 150 miljoen wil schokken voor een snelle invoer van tablets. Zelf zou ik er eerder voorstander van zijn om die 150 miljoen te steken in open content, online onderwijsomgevingen en digitale leermaterialen gebaseerd op open standaarden en webrichtlijnen. Anders zie ik die 150 miljoen toch vooral de rol van staatssubsidie voor een volgende vendor-lock vervullen. Maar dat terzijde.
Met de persoonlijke leeservaring wat scherper op het netvlies vraag ik me af of het überhaupt wel verstandig is om scholieren op jonge leeftijd alleen maar kennis te laten maken met het fragmentarisch lezen. Ik ben nu niet opeens tegen het digitale lezen (allesbehalve, hoe meer er gelezen wordt hoe beter), daar gaat het niet om. Ik wil wel graag een pleidooi houden voor “slow reading”, het vermogen om rustig te kunnen lezen, om in een verhaal of betoog op te kunnen gaan en wellicht op dit manier ook het vermogen te houden om te kunnen verdiepen en beschouwen. Misschien word ik gewoon een oude l*l (lantarenpaal), maar ik denk dat ik beter gaat met een fysiek boek in je handen. Beide leesvormen, fysiek en digitaal hebben voordelen, hou ze naast elkaar in stand in het onderwijsprogramma.



