Hypeocratie

Uitgesteld

Een blanke, in een gekleurde wereld

Uitgesteld

Wat wil je eigenlijk zijn?

Als dezelfde vraag regelmatig aan je gesteld wordt, dan is het wellicht ook langzamerhand tijd om die vraag te beantwoorden. De vraag: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?” is zo’n vraag, vaak gesteld door iemand waarmee ik prima samenwerk en die zich afvraagt waarom ik mijn talenten niet meer benut in een specifieke richting. Ik snap heel goed waar de vraag vandaan komt. Immers, ik heb er een handje van om rollen naast elkaar te vervullen.

Conflicterende rollen
In ‘mijn tijd’ als journalist in het open domein schreef ik boeken over Ubuntu, was ik (eind-)redacteur van het Open Source Jaarboek en tikte ik met regelmaat stevige columns. Met die rollen bestreek ik het spectrum van ‘stevig, ongenuanceerd’ via ‘praktisch, handig’ en ‘objectief, beschouwend’ naar ‘betrokken, academisch’. In de inleiding van het boek “Bring your own device” schreef ik al dat ik vanaf een digitale barrière virtuele stenen aan het gooien naar het gemankeerde open standaardenbeleid in het onderwijs toen mijn uitgever op mijn schouder tikte. Of ik iets zag in het onderwerp BYOD? Het antwoord op de vraag: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?” heb ik toen nooit goed beantwoord.

In mijn professionele leven van ‘nu’ ben IT stafmedewerker, een functie die binnenkort ‘Proces- & Innovatieadviseur’ gaat heten. Maar in de afgelopen drie jaar heb ik verschillende rollen vervuld, te beginnen met ‘open source evangelist’ en vervolgens beleidsmedewerker/-adviseur, trendwatcher/innovator, digital officer, planner, communicator en technisch projectleider. Een collega noemde me recentelijk ‘bedrijfsmediator’ en een andere collega dacht dat de rol van ‘enterprise architect’ iets voor me zou zijn. Kortom, het is niet zo heel vreemd dat ik het afgelopen jaar al een paar keer de vraag heb gehad: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?”.

Grillig
Mijn carrière van de afgelopen 20 jaar levert geen duidelijk antwoord op. Ik heb tien jaar in het onderwijs gewerkt, als projectmanager onderwijsvernieuwing, als stage- en praktijkcoördinator, als IT-projectleider en -projectteamlid, als roostermaker. Vervolgens was ik tien jaar werkzaam in het maatschappelijk werk, met onderwijsprojecten, met inburgering, met de reïntegratie van ontspoorde gezinnen en criminele mannen, met integratievraagstukken, met de ontwikkeling van methodieken, met het aansturen van teams en het op de kaart zetten van een nieuwe vestiging. Met enige regelmaat pak ik in mijn leven nieuwe thema’s en onderwerpen op, bouw kennis en ervaring op en bereik altijd een punt waarop ik concrete, nieuwe, positieve bijdragen kan leveren aan de organisatie waar ik werk en/of het vakgebied waarin ik werkzaam ben. Het antwoord op de vraag: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?” kan niet gevonden worden door stil te staan bij: “Waar ben je goed in?”.

Zelfkennis
Met het verstrijken van de jaren heb ik wel meer grip gekregen op wie ik ben, op de karaktereigenschappen en competenties die mij maken tot de persoon die ik ben. Zo heb ik de kracht van mijn hoogsensitiveit weten te benutten, besef ik dat ik een introverte natuur heb met een extravert gedrag. In termen van Meyers-Briggs ben ik INFJ. Ik heb het principe van ‘lifelong learning’ al vroeg omarmd en ontwikkel voortdurend competenties die mijn ‘employability’ (ook al zo’n sleutelbegrip) moeten versterken. Diploma’s en certificeringen zeggen mij niet zo veel. Die zeggen hooguit dat ik op een bepaald deelgebied over de minimaal noodzakelijke kennis beschik. Duh, die minimale kennis is leuk, maar ik ga voor kwaliteit, voor verandering en verbetering. En dat is ongeacht het vakgebied of domein waar ik op een gegeven moment mee bezig ben. Je kunt dat ook samenvatten met de term ‘eigenwijs’ ;-). De vraag: “Waar ben je goed in?” komt dan vaak neer op: “Waar moet ik op dit moment kennis, vaardigheden en competenties over opdoen om goed te worden in wat ik nu moet doen?”.

Ik geef toe, het is makkelijker om onder een duidelijk label te vallen. Journalist of columnist, technisch projectleider of digital officer, trainer of trendwatcher, coach of inspirator. Of als je een herkenbaar specialisme hebt, zoals ‘open source’, of ‘BYOD’, of ‘methodiekontwikkelaar’. We leven (helaas) nog steeds in een samenleving die behoefte lijkt te hebben aan de duidelijke labels en categorisering, afgedekt door diploma’s, certificering en herkenbare, toetsbare werkervaring. En dat ondanks decennia discussies over ‘lifelong learning’ en over werken aan je ‘employability’. Maar helaas, geen duidelijk label voor mij. In ieder geval niet in mijn professionele leven.

Primaat van het geestelijk leven
De vraag: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?” is voor mij eenvoudig te beantwoorden. Mijn prioriteit ligt bij mijn geestelijke leven, mijn leven als Jehovah’s Getuige en de rollen die ik daarbij vervul. Het geestelijke leven zorgt voor een innerlijke rijkdom en helpt mij om cruciale competenties te ontwikkelen. Het helpt mij om op mensen gericht te zijn. Als herder geef ik pastorale zorg aan individuen en gezinnen, als onderwijzer help ik mannen en vrouwen om hun talenten te ontdekken en verder te ontplooien, als herder help ik mensen in te zien dat innerlijke vrede en voldoening in het leven voortkomen uit een band met God en met het navolgen van Jezus, en niet uit het najagen van wat vergankelijk is, zoals een carrière, een volgend diploma of een volgende certificering. Mijn geestelijke leven vormt de kern van wie ik ben, bepaalt wat voor mens ik wil zijn. Mijn professionele leven is gebouwd op dit fundament en is daar ondergeschikt aan. En ja, dat legt inderdaad beperkingen op aan hoe ik mij professioneel verder wil ontwikkelen.

Wat wil ik nu eigenlijk zijn
Dan hoor ik soms dat het zonde is dat deze keuze maak. Want hoe ver zou ik niet kunnen komen als….? Tja, dat is ook een vraag waar geen echt antwoord op mogelijk is. “Wat… als…?”. De vraag: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?” is de afgelopen 20, 23 jaar beantwoord met: “Alles wat nu nodig is om de kans te pakken die voorbij komt, om te doen wat ik leuk vind en daarbij een verschil uit te maken voor de wereld om mij heen!”. En zeg nou eens eerlijk, dan heb ik het zo gek nog niet gedaan. Toch? ;-)

Onderwijsvernieuwing: mens of technologie?

Drieëntwintig jaar geleden begon ik te werken in het omvangrijkste programma voor onderwijsvernieuwing op Curaçao sinds de invoering van de Mammoetwet. Onder aanvoering van een –ik mag wel zeggen- sluwe directeur van de schooladviesdienst en een gedreven onderwijskundige probeerden we het lager onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs naar een hoger plan te tillen. De pijlers van het programma waren het moderniseren van de leerplannen en lesmaterialen, het mogelijk maken van onderwijs in de moedertaal met een stevige inzet op vreemde talenonderwijs en –essentieel- het beter toerusten van de leerkrachten. Zij deden het meeste werk bij het opstellen van de leerplannen, bij het schrijven van nieuwe lesmethoden, met een kwaliteitsborging vanuit het SLO. Het (toen nog) VBO werd op Curaçao eerder ingevoerd dan in Nederland. 

De eerste resultaten waren positief: meer zelfvertrouwen bij de leerlingen, betere leerprestaties. Centraal in de onderwijsvernieuwing stond de leerkracht en zijn/haar inzet om zo goed mogelijk onderwijs te kunnen geven. De nieuwe lesmethoden waren prima, maar de vraag was vooral naar meer tijd met de leerlingen en minder leerlingen per klas. Helaas kwam van het vernieuwingsprogramma veel minder terecht dan wat de bedoeling was. Politiek-bestuurlijke onkunde aan de Curaçaose kant en beschamend neo-kolonialisme aan de Nederlandse kant hebben de vernieuwing om zeep geholpen. Een voorbeeldje van het laatste: we mochten Nederlandse financiering niet gebruiken om hoogwaardig, aanvullend lesmateriaal aan te schaffen in het Caraïbisch gebied, wel om uit Nederland erg dure en niet-passende lesmethoden af te nemen. 

De vruchten van een mislukte onderwijsvernieuwing 

Medio 2001 ging ik in [. ..]

→ Lees verder: Onderwijsvernieuwing: mens of technologie?

Spielerei: Dawn of Joy v1

He Jan, schrijf je nog wel eens wat?

Inderdaad, het is wat stil op mijn blog en de vraag van mijn vader (Hi, pa! ) – die regelmatig kijkt waar zoonlief nu weer mee bezig is- was dan ook terecht. Het antwoord is zowel ja als nee. Ja, ik schrijf best nog wel eens wat (een heleboel zelfs), maar nee, online is het best stil. Ik kom genoeg tegen voor een paar gifitige bijdragen. Bijvoorbeeld.

Gister kreeg ik een nieuwsbrief van de HCC waarin het (voorlopige) sluitstuk van een omvangrijk zelfonderzoek naar de toekomst van deze vereniging werd gepresenteerd. In het verleden heb ik nog deel uitgemaakt van het proces. Maar ik ben daar mee gestopt toen bleek dat hufterigheid en terugkijken naar het verleden centraal bleven staan. Het (voorlopige) eindresultaat verrast me dan ook niet. De HCC krijgt weer een klassiek hoofdbestuur met daarin een paar mensen die hufterig dwarsliggen al jaren tot een kunst hebben verheven. Tja, genoeg reden voor een artikel. Maar, los van deze opmerkingen, ik schrijf er verder niets over. De komende periode loop ik door mijn accounts heen die nog gebruik maken van het @hccnet-mailadres, ga dat wijzigen en vervolgens gaat de opzegging de deur uit. De HCC heeft het sterfhuis betreden.

Een ander voorbeeld was de rapportage in het kader van Archief2020 (of zoiets). De rapportage schetste een triest beeld van een overheid die, ondanks duidelijke bepalingen in de Archiefwet en vele jaren open standaardenbeleid, nog steeds niet in staat is om open standaarden centraal te stellen. De zekerheid van een volgend digitaal zwart gat [. ..]

→ Lees verder: He Jan, schrijf je nog wel eens wat?

Boek Bring your own device fors afgeprijsd

Mijn uitgever, Academic Service, heeft een actie lopen bij Computerboek.nl. Je kan tien boeken aanschaffen met een stevige korting. Mijn boek Bring your own device is voor nu € 14,95 te krijgen, in plaats van voor de normale prijs van € 25,95. Mocht je het boek nog niet aangeschaft hebben (waarom eigenlijk niet?) en wil je wel weten hoe je Bring your own device in jouw organisatie in moet voeren, dan lijkt me dit een uitgelezen mogelijkheid om het boek wel te kopen. Dit is sneller en goedkoper dan zelf het internet afstruinen en proberen te bepalen welke informatie valide en relevant is, om nog maar te zwijgen over al die verkapte salesfolders die vermomd zijn als ‘onafhankelijke’ whitepapers ;-).

Het spel van licht en schaduw

Het leven is een spel van licht en duisternis. Soms vinden we juist in de schaduwen, in het schemer van licht en duisternis, dat wat het leven waardevol maakt.

Nieuwe auteurs voor de Basiscursus Scribus, Inkscape en GIMP

De oproep voor nieuwe auteurs voor de geplande Basiscursus Scribus, Inkscape en GIMP leverde al snel goede kandidaten op.  De nieuwe schrijvers zijn Kirsten Roth (voor Inkscape), Paul Matthijsse (voor GIMP) en Just Vecht (voor Scribus). Zij gaan de komende maanden hard aan het werk om de oorspronkelijke opzet uit te werken tot een boek waar zij trots op kunnen zijn. Het moet hun boek worden.

Ik heb er voor gekozen om geen formele rol te vervullen bij de totstandkoming van het boek. Uiteraard help ik Kirsten, Paul en Just door mijn ervaringen met hen te delen en desgewenst met hen inhoudelijk te sparren. In de loop der jaren ben ik in genoeg valkuilen gestapt rond het schrijven van boeken ;-). 

Het is super dat ‘ons’ open source wereldje nu drie nieuwe schrijvers er bij krijgt. Net als de uitgever ‘voelen’ we dat de tijd rijp is voor een boek over open source programma’s voor DTP, design en fotobewerking. Het boek ligt in juni 2014 in de boekhandel en het zou mooi zijn als de verkoopcijfers straks door het plafond gaan. Mijns inziens ligt er een potentieel voor drie afzonderlijke, meer diepergravende publicaties met een hele sterke positie tegenover het Adobe CS-wereldje. Maar de markt is de werkelijke scheidsrechter voor dat potentieel. Dus… wil je meer en betere boeken over open source applicaties, kopen straks dat boek!

En Kirsten, Paul en Just wens ik natuurlijk veel plezier bij het schrijven van de nieuwe Basiscursus.

Gezocht: schrijver(s) voor de Basiscursus Scribus, Inkscape en GIMP

Ik ben op zoek naar een of meerdere (aspirant-)schrijvers die de Basiscursus Scribus, Inkscape en GIMP willen schrijven. Dit boek is door mij aangeboden aan Academic Service als mogelijke titel en de uitgever is er erg enthousiast over. Helaas kan ik het boek wegens persoonlijke omstandigheden niet zelf schrijven. Vervelend voor mij, maar een kans voor jou.

Update: Inmiddels hebben zich drie aspirant-auteurs aangemeld. We maken binnenkort een afspraak bij/met de uitgever.

Misschien heb je zoiets van: “Ja, ik ken het programma goed, maar ik heb nog nooit eerder een boek geschreven”. Geen probleem. Voordat ik mijn eerste boek uit kon geven, had ik ook nog nooit een boek geschreven. Eerlijk gezegd, het is helemaal niet zo ingewikkeld. Je hoeft ook niet helemaal blanco te beginnen, want de outline van het boek ligt al klaar. En ik ben beschikbaar voor begeleiding en coaching.

Waar moet de Basiscursus Scribus, Inkscape en GIMP over gaan?

Deze Basiscursus moet de lezer stap-voor-stap, laag-voor-laag meenemen in het opbouwen van een digitale publicatie. Dat kan een eigen e-boek zijn, of een mooi opgemaakte lesbrief, brochure of jaarrapportage. Veel mensen maken voor zulke publicaties gebruik van een tekstverwerker aangevuld met wat afbeeldingen en standaardopmaak. Dat gaat op een gegeven moment wel vervelen en als je wat creatiever aan het werk wilt gaan, dan loop je gewoon tegen de grenzen van een tekstverwerker aan.

Uit eigen ervaring weet ik dat het best eenvoudig is om een prachtige publicatie samen te stellen met behulp van een DTP-programma (Scribus), een tekenprogramma (Inkscape) [. ..]

→ Lees verder: Gezocht: schrijver(s) voor de Basiscursus Scribus, Inkscape en GIMP

2013: het jaar dat ik oud werd

Afgelopen zaterdag waren we in het Nederlands Openluchtmuseum, een museum dat om de paar jaar op ons lijstje staat. Op het terrein ligt een trambaan waar de oude trams nog hun tevreden rondjes draaien. Dit keer stond er geen oude tram te wachten maar de zeer herkenbare groen-witte tram van de RET waar ik, voor mijn gevoel, gister nog mee naar mijn middelbare school was gereden. Zelfs het lijnnummer klopte, lijn 5. Dit type tram reed tot 1985 in Rotterdam wist de vriendelijke museumconducteur te vertellen. En dat was niet de enige nagel die in mijn doodskist werd geslagen die zaterdag. Bij een aantal Amsterdamse pandjes stond een oude reclamezuil met posters van een demonstratie die, in mijn beleving, toch niet zo heel lang geleden was. In de Tilburgse arbeiderswoningen stonden meubels en spullen die in de jaren 70 ook in Rotterdam, in ons huis, te vinden waren. Inclusief een kinderwagen die mij maar al te bekend voor kwam. Het was een vreemde gewaarwording om de actualiteit van het leven opgenomen te zien in de verstilde musealiteit. Opnieuw dook een gedachte op die de rode draad genoemd kan worden van 2013: “Je begint oud te worden Jan.” Het was een bijzonder jaar.

2013: het jaar van de vrije wil

Een van mijn motto’s luidt: “Het leven is een verzameling fragmenten. Het is aan ons om het verhaal te schrijven”. Wat we meemaken in het leven is slechts tot op zekere hoogte te beïnvloeden. Hoe we met de gebeurtenissen, ongeacht of we daar zelf voor hebben [. ..]

→ Lees verder: 2013: het jaar dat ik oud werd

Vijftig tinten grijs prima, vijftig tinten Nederlanders niet

Na het schrijven van het artikel over Het Grote Racisme Experiment (wat nog steeds een boel bezoekers oplevert) ben ik misschien wat al te scherp op ‘incidenten’. De hele discussie over zwarte piet laat nu ook niet de beste kant van een aantal mensen zien. Kijk, racisten heb je altijd, racisme is van alle tijden, en de grens tussen vooroordeel, het “ik moet toch kunnen zeggen wat ik wil” en racisme is dun, soms angstaanjagend dun. Overheden en media spelen hun eigen rol in het aanwakkeren van angstgevoelens die de bodem van het etnische ongemak omwoelen.

Bang zijn voor de boze zwarte man Michael Moore legde in “Bowling for Columbine” een link tussen de vuurwapengekte en de angst voor de “grote, zwarte man”. Als er een misdrijf wordt gepleegd, wat is dan het profiel van de mogelijke dader? Inderdaad, een “grote, zwarte man”. Media en functionarissen zetten het publiek op een grootschalige klopjacht naar grote, zwarte mannen, terwijl de dader vaker dan niet uiteindelijk toch een andere etniciteit blijkt te hebben. Zelfs een blanke identiteit. De zwarte bevolking van de Verenigde Staten is een groter voorstander van wapenbeheersing dan de blanke bevolking, simpelweg omdat de zwarte bevolking meer te vrezen heeft van angstige blanken met wapens dan omgekeerd. Voor wie een meer wetenschappelijke beschouwing wil lezen over de positie van de zwarte bevolking in het licht van het strafrecht, kan ik het boek The New Jim Crow van Michelle Alexander aanraden.

Ik moest weer even aan de documentaire van Moore denken na het [. ..]

→ Lees verder: Vijftig tinten grijs prima, vijftig tinten Nederlanders niet

Fragmenten

"Fragmenten" is mijn persoonlijke website, de plek waar ik schrijf over de projecten en thema's waar ik bij betrokken ben, de boeken waar ik aan werk. In mijn leven probeer ik vast te houden aan wat in Psalmen 34:12 staat: "Wie is de man die lust heeft in het leven, die genoeg dagen liefheeft om het goede te zien?". Of het nu gaat om open ICT, digitale geletterdheid, interculturalisatie, of geloof en spiritualiteit, ik wil er mee bezig zijn om het goede te zien. Dat vereist soms, vaak wellicht, een scherp doordringen tot de kern van de zaak, een kritische beschouwing, het wegblazen van stof en slingers.