Hypeocratie

Uitgesteld

Een blanke, in een gekleurde wereld

Uitgesteld

Twee jaar zonder Ubuntu (2)

“Wat hebben Canonical en de Ubuntugemeenschap met Ubuntu gedaan om een volgende boek te rechtvaardigen?” Deze vraag stond nog open uit het vorige artikel. En de vraag stellen is ‘m natuurlijk ook beantwoorden :-).

Nooit een gebrek aan controverse en discussie

Ik schat zo in dat Ubuntu, Canonical en Mark Shuttleworth sinds de begindagen van deze distributie te maken hebben gehad met stevige discussies. Of het nu kritiek was op de bijdrage van Canonical aan de ontwikkeling van de Linux-kernel, of op de keuze voor Gnome als grafische werkomgeving (ipv KDE), of het niet uitbrengen van een officiële versie van Kubuntu toen KDE 4 nog ongelooflijk brak was, of de keuze voor Unity in plaats van het nog gare Gnome 3, er was altijd wel iets te klagen. Mocht Canonical de merknaam Ubuntu wel gebruiken voor een commerciële dienst als Ubuntu One? Mocht Canonical wel de code van Banshee iets veranderen zodat een deel van de opbrengst van de muziekverkopen naar het bedrijf zouden vloeien? En wat te denken van de controverse rond de Amazon lens? Volgens mij is er alleen al een boek te schrijven over alle controverses en discussies rond Ubuntu, rond de persoon Mark Shuttleworth en het bedrijf Canonical.

Dit soort discussies zijn niet vreemd in de vrije en open source wereld. Het kan er soms stevig aan toe gaan. De aanname, of onderliggende mythe, lijkt dat een stevigen open uitwisseling van meningen bijdraagt aan hogere kwaliteit. Maar ik vraag me dat af, in ieder geval in het geval van Ubuntu.

Nog geen verdienmodel en focus

Canonical is een bedrijf dat nog steeds op zoek is naar een verdienmodel. Ubuntu One, het streven naar een plek op de mobiele markt met een Ubuntu phone of tablet, het leveren van commerciële diensten, het zijn allemaal pogingen om geld te verdienen. Altijd prettig voor een bedrijf, en zeker voor een bedrijf dat een voortdurende ‘uphill battle’ moet voeren in markten waar gevestigde partijen al een sterke positie hebben: desktop, cloud, mobile. Ik kan me vergissen, maar volgens mij moet je als startup (wat Canonical toch was en is) dan een scherpe focus hebben op een niche met een duidelijke marktvraag. En tja, dat zie ik toch niet bij het bedrijf.

Ubuntu One was een poging om mee te springen op het al forse succes van Dropbox, iets wat andere bedrijven ook hebben gedaan. Maar die hebben het overleefd door of hogere opslagcapaciteit te bieden (gratis) of nieuwe features waar de klanten op zaten te wachten (ook gratis). Ubuntu One was het allemaal niet: niet nieuw, niet beter, niet groter, eigenlijk eerder een stapje terug. Naar mijn mening was het zonde van de tijd, middelen en aandacht die daarin zijn gaan zitten. En, met wat ik nu allemaal lees, zie ik hetzelfde gebeuren met de Ubuntu Phone.

En de gemeenschap dan?

Canonical heeft, denk ik, veel gedaan om een wereldwijde gemeenschap te helpen ontwikkelen van enthousiastelingen, van mensen die de onderliggende filosofie begrepen en die ook wilden uitdragen. Jono Bacon heeft daar een centrale rol gespeeld met een prima boek “The Art of Community” als een van de leidraden. Maar wellicht ligt daar ook een van de grotere problemen voor het bedrijf Canonical en Mark Shuttleworth als ondernemer.

De filosofie van Ubuntu als ‘voor gewone mensen’, een filosofie van goed doen voor de ander simpelweg omdat het goed is, heeft een hoop mensen in beweging gezet. Naast de eenvoudig te installeren distributie heeft dit, mijns inziens, bijgedragen aan de populariteit van Ubuntu en de groei van het aantal nieuwe gebruikers. Want laten we eerlijk zijn, het technische verschil tussen Ubuntu, Red Hat, Suse en Mandrake was in die tijd niet zo heel groot (bezien vanuit het perspectief van de eindgebruiker). Zelf ben ik begonnen met Suse, omdat je er een doos van kon kopen in de winkel met daarin een aantal cd’s en instructieboeken.

Maar toen de gemeenschap haar eigen dynamiek had gekregen werd het voor Canonical en Shuttleworth wel steeds lastiger om een eigen visie vast te houden. Hoeveel gedoe is er niet geweest over de status van sommige derivaten? In plaats van stevig in te zetten op een goed werkende basisversie en die ook financieel en organisatorisch te ondersteunen moest tijd en energie worden gestoken in een familie van afgeleide distributies. Met de derivaten is niks mis mee, maar voor het bedrijf Canonical is het niet zo handig. En eigenlijk ook voor de focus van de gemeenschap niet.

De bredere vrije en open source gemeenschap werkte ook niet echt mee. Shuttleworth heeft een tijdje geprobeerd om tot meer afstemming te komen, meer synchroniciteit, gericht op het afstemmen van de releasemomenten van de vele componenten waaruit een distributie toch bestaat. Persoonlijk leek het me een zinvol pleidooi, zeker als je ergens plannen hebt om een steviger voet aan de grond te krijgen in de zakelijke- en/of consumentenmarkt. Maar nee, de handen gingen er niet voor op elkaar. KDE 3 werd KDE 4, met een aantal jaar een gammele grafische werkomgeving als gevolg. GNOME 2 werd GNOME 3, met idem dito gevolgen. Ubuntu kreeg een eigen grafische schil, Unity, wat ook niet helemaal lekker werkte. Vervolgens kregen we MATE en Cinnamon erbij, in een wereld die toch al niet te lijden had onder een gebrek aan grafische werkomgevingen. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de versplinterde aandacht in de vrije en open source wereld, waar een stevige focus op het maken van een prachtige desktop zoveel moois op had kunnen leveren.

De keuze voor Unity was, bezien vanuit het perspectief van het bedrijf Canonical, prima te rechtvaardigen. Niet langer wachten of de bredere gemeenschap met een werkbare, toegankelijke grafische werkomgeving zou komen, maar stevig doorpakken op een eigen alternatief. Het vervelende was, en is, dat de eigen gemeenschap het niet heeft omarmd en -gedreven door haar eigen dynamiek- de derivaten koos boven de standaardversie van Ubuntu. Vrije keuze is prima natuurlijk, daar zul je mij niet over horen. Maar het gevolg was wel dat de impuls die de gemeenschappen gaven aan Ubuntu een heel stuk zwakker is geworden in de afgelopen jaren. Een impuls die toch al was verzwakt door de commerciële avonturen van Canonical, want ‘dat hoort toch niet in de open source wereld’. Tja…

En de wereld veranderde

Misschien had het de afgelopen vijf, zes jaar veel beter kunnen gaan met Ubuntu en Canonical. Maar je kunt er ook niet om heen dat we de afgelopen jaren grote veranderingen hebben gezien in het gebruik van computers. Een paar jaar geleden besteedde ik nog de meeste tijd achter de computer om mijn dingen te doen. Maar tegenwoordig is dat nog maar een kwart van de tijd. De rest van de tijd werk ik (privé dan) met een tablet in combinatie met een aantal clouddiensten waar ik mijn werk heb opgeslagen. Mijn muziek staat op een NAS, maar veel vaker is het eenvoudiger om de muziek op te starten via Spotify. Mijn research zit in Evernote, mijn ruwe teksten zijn tekstbestanden in Dropbox. Mijn agenda en mail zitten bij Google. Ik werk dagelijks meerdere uren op mijn iPad en kan vervolgens altijd bij mijn gegevens op welke computer maar ook, ongeacht het besturingssysteem of applicatie.

Ik merk dat voor mij open standaarden voor mijn dagelijks werk vele malen belangrijker zijn geworden. Programma’s als GIMP, Inkscape, Scribus en LyX zijn essentiële open source tools. Maar de open standaarden geven mij de vrijheid om naadloos over te stappen van mijn iPad naar mijn Windows 8-bak, naar mijn Ubuntu-bak. Ik werk hybride, grotendeels mobiel, substantieel op de desktop.

En op de desktop moet ik simpelweg aan het werk kunnen, en op dat punt heeft Ubuntu de afgelopen jaren net te veel steken laten vallen. Daar zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen. Bij elkaar brengt het mij wel tot de conclusie dat een actualisering van de Ubuntu-boeken er niet in zit. De standaardversie van Ubuntu is niet gepolijst genoeg voor beginnende gebruikers en kan zelfs binnen de eigen gemeenschap op weinig enthousiasme meer rekenen.

Maar komt er dan helemaal geen boek?

Een nieuwe Basiscursus Ubuntu komt er dit jaar dus niet van. Maar dat wil niet zeggen dat er geen ruimte is voor een ander boek. Ik ben in gesprek met mijn uitgever over een ander boek, misschien zelfs meerdere publicaties. Maar dat is voor een volgend artikel ;-).

Vrije artsenkeuze, geloof en consumentisme

Soms zakt mijn broek af bij het gebrek aan kennis bij journalisten. Zo deed een journaliste deze week het principe van vrije artsenkeuze af met een: ‘het gaat dan om mensen die een behandeling willen waarvan de werking niet helemaal duidelijk is’. Ik snap dat het soms erg druk kan zijn op de Haagse redactie en dat je niet alle dossiers goed op je netvlies kunt hebben. Maar, tjonge, dichter bij een stemadvies kun je als journalist ook niet komen. Het is ook een foute uitspraak die nauwelijks een raakvlak heeft met de werkelijkheid.

Het initiatief om artikel 13 van de Zorgverzekeringswet aan te passen (lees: het beperken van de vrije artsenkeuze) is gunstig voor de vier grote zorgverzekeraars (die 90% van de markt in handen hebben) en de overheid (die probeert via semi-marktwerking de stijging van de zorgkosten te beperken). Voor een zorgverzekeraar is het interessant als ze voor hun klanten alleen nog maar gecontracteerde zorg hoeven te vergoeden. Natuurlijk heb ik als patiënt het kuch recht om naar een andere arts of ziekenhuis te gaan, maar van dat kuch recht blijft niets over op het moment dat ik 20%, 40% of zelfs 100% van de kosten van de behandeling zelf moet betalen.

Maar waarom zou je naar een andere arts of ziekenhuis willen?

Ik ben een van Jehovah’s Getuigen. Daar kun je blij mee zijn of je kan het een gruwel vinden ;-). Ik ga er maar van uit dat ons standpunt rond bloedtransfusies bekend is, maar zo niet: voor mij is een [. ..]

→ Lees verder: Vrije artsenkeuze, geloof en consumentisme

Twee jaar zonder Ubuntu

Dit weekend besloot ik weer eens een kijkje te nemen op het forum van Ubuntu-NL. Ik moet toegeven dat ik niet regelmatig langs kom, maar er schijnen weer verkiezingen gaande te zijn en dank kijk ik graag even hoe het er voor staat in de Nederlandstalige Ubuntugemeenschap. Een van de berichtjes ging over Planet Ubuntu. In een van de reacties stond een overzicht van websites die naar de planet geaggregeerd worden, waaronder mijn website Beginnen met Ubuntu. Met daarbij de datum van het laatste bericht: december 2012. Ik dacht: “Is het al weer twee jaar geleden?”. Ja dus. De Basiscursus Ubuntu 12.04 en verder is precies twee jaar geleden gepubliceerd. Ik herinner me nog dat ik toen nog plannen had om extra content aan de website toe voegen, waaronder een miniboekje over Zorin. Het was zelfs mogelijk om een workshop te winnen. Maar ik was eigenlijk ook wel even klaar met het onderwerp en eind 2012 was een goed moment om het schrijven over Ubuntu ‘on hold’ te plaatsen.

Mijn uitgever vroeg onlangs nog of een verversing van de Basiscursus wenselijk was. Immers, Ubuntu 14.04 is al een tijdje beschikbaar en bij vorige LTS-versies hebben we het boek ook geactualiseerd. We moeten er nog verder over in gesprek. Het berichtje op het forum zette me wel even aan het denken. Wat heb ik de afgelopen twee jaar eigenlijk met Ubuntu gedaan? En, voor het boek belangrijker, wat hebben Canonical en de Ubuntugemeenschap met Ubuntu gedaan [. ..]

→ Lees verder: Twee jaar zonder Ubuntu

Lezing: Wanneer zal er een eind komen aan het zuchten van de menselijke schepping?

Op 19 oktober 2014 heb ik in Gorinchem en Nieuwegein de bijbellezing “Wanneer zal er een eind komen aan het zuchten van de menselijke schepping?” gehouden. De lezing begint met de vraag welke redenen we hebben voor (persoonlijk) zuchten en bespreekt dan Romeinen 8. Aan de hand van de Bijbel leren we hoe we om kunnen gaan met ons (persoonlijk) lijden, hoe we het lijden van anderen kunnen verlichten en welke definitieve oplossing er is voor het zuchten van de mensheid.

De lezing is ook als download beschikbaar:

Britse geheime dienst bespioneerde historici

The Guardian heeft een interessant artikel over het bespioneren van Eric Hobsbawm en Christopher Hill, twee Britse historici die toch een aardige op hebben weten te bouwen. Het artikel beschrijft welke informatie over een lange periode werd verzameld en welke conclusies werden getrokken. Tja, de jaren 50 hè. Als je toen maar een beetje sympathie had voor een linksklinkend gedachtengoed, of alleen maar tegen de waanzin van kernwapens was, dan kwam je al op het lijstje van potentiële verdachten terecht. Maar oog bleef even hangen bij het volgende citaat:

At the end of the war, in July 1945, an MI5 officer noted: “As he is known to be in contact with communists I should be interested to see all his personal correspondence”.

We leven nu bijna 60 jaar verder, maar ik schat in dat de mindset van een gemiddelde inlichtendienst niet zo heel veel is veranderd *kuch*. Na ruim een jaar Snowden-onthullingen weten we hoeveel materiaal inlichtingendiensten willen verzamelen. Met nog steeds hetzelfde motief, zoals het volgende citaat laat zien:

MI5 said the object of keeping checks on Hobsbawm was “to establish the identities of his contacts and to unearth overt or covert intellectual Communists who may be unknown to us”. Similarly, Hill was kept under surveillance, the files note, to establish “the identity of his contacts at the University [of Oxford] and in the cultural field generally, and to obtain the names of intellectuals sympathetic to the [Communist] party who may not already be known to us”.

In de jaren 50 was de [. ..]

→ Lees verder: Britse geheime dienst bespioneerde historici

Fragmenten gevangen in ansichtkaarten

Agnes en ik zijn deze zomer een paar weken op pad geweest, eerst een weekje in Duitsland en vervolgens twee weken in Italië. Natuur, cultuur, wat sport en vooral veel uitrusten. En om je heen kijken! Ik heb dit blog – lang geleden inmiddels – “Fragmenten” genoemd. Mooie verhalen en mooie beelden liggen namelijk voor het oprapen, als ze maar wilt horen en wilt zien. In Duitsland en Italië heb ik vooral rondgekeken en dat heeft -onder andere- geresulteerd in een collectie van tien ansichtkaarten. De kaarten heb ik voorzien van tien bijpassende teksten uit de Bijbel. Er is veel ellende in de wereld, maar als je om je heen kunt en wilt kijken is er gelukkig ook nog veel moois te vinden :-).

 

[. ..]

→ Lees verder: Fragmenten gevangen in ansichtkaarten

Wat wil je eigenlijk zijn?

Als dezelfde vraag regelmatig aan je gesteld wordt, dan is het wellicht ook langzamerhand tijd om die vraag te beantwoorden. De vraag: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?” is zo’n vraag, vaak gesteld door iemand waarmee ik prima samenwerk en die zich afvraagt waarom ik mijn talenten niet meer benut in een specifieke richting. Ik snap heel goed waar de vraag vandaan komt. Immers, ik heb er een handje van om rollen naast elkaar te vervullen.

Conflicterende rollen In ‘mijn tijd’ als journalist in het open domein schreef ik boeken over Ubuntu, was ik (eind-)redacteur van het Open Source Jaarboek en tikte ik met regelmaat stevige columns. Met die rollen bestreek ik het spectrum van ‘stevig, ongenuanceerd’ via ‘praktisch, handig’ en ‘objectief, beschouwend’ naar ‘betrokken, academisch’. In de inleiding van het boek “Bring your own device” schreef ik al dat ik vanaf een digitale barrière virtuele stenen aan het gooien naar het gemankeerde open standaardenbeleid in het onderwijs toen mijn uitgever op mijn schouder tikte. Of ik iets zag in het onderwerp BYOD? Het antwoord op de vraag: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?” heb ik toen nooit goed beantwoord.

In mijn professionele leven van ‘nu’ ben IT stafmedewerker, een functie die binnenkort ‘Proces- & Innovatieadviseur’ gaat heten. Maar in de afgelopen drie jaar heb ik verschillende rollen vervuld, te beginnen met ‘open source evangelist’ en vervolgens beleidsmedewerker/-adviseur, trendwatcher/innovator, digital officer, planner, communicator en technisch projectleider. Een collega noemde me recentelijk ‘bedrijfsmediator’ en een andere collega dacht dat de rol van ‘enterprise architect’ iets voor [. ..]

→ Lees verder: Wat wil je eigenlijk zijn?

Onderwijsvernieuwing: mens of technologie?

Drieëntwintig jaar geleden begon ik te werken in het omvangrijkste programma voor onderwijsvernieuwing op Curaçao sinds de invoering van de Mammoetwet. Onder aanvoering van een –ik mag wel zeggen- sluwe directeur van de schooladviesdienst en een gedreven onderwijskundige probeerden we het lager onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs naar een hoger plan te tillen. De pijlers van het programma waren het moderniseren van de leerplannen en lesmaterialen, het mogelijk maken van onderwijs in de moedertaal met een stevige inzet op vreemde talenonderwijs en –essentieel- het beter toerusten van de leerkrachten. Zij deden het meeste werk bij het opstellen van de leerplannen, bij het schrijven van nieuwe lesmethoden, met een kwaliteitsborging vanuit het SLO. Het (toen nog) VBO werd op Curaçao eerder ingevoerd dan in Nederland. 

De eerste resultaten waren positief: meer zelfvertrouwen bij de leerlingen, betere leerprestaties. Centraal in de onderwijsvernieuwing stond de leerkracht en zijn/haar inzet om zo goed mogelijk onderwijs te kunnen geven. De nieuwe lesmethoden waren prima, maar de vraag was vooral naar meer tijd met de leerlingen en minder leerlingen per klas. Helaas kwam van het vernieuwingsprogramma veel minder terecht dan wat de bedoeling was. Politiek-bestuurlijke onkunde aan de Curaçaose kant en beschamend neo-kolonialisme aan de Nederlandse kant hebben de vernieuwing om zeep geholpen. Een voorbeeldje van het laatste: we mochten Nederlandse financiering niet gebruiken om hoogwaardig, aanvullend lesmateriaal aan te schaffen in het Caraïbisch gebied, wel om uit Nederland erg dure en niet-passende lesmethoden af te nemen. 

De vruchten van een mislukte onderwijsvernieuwing 

Medio 2001 ging ik in [. ..]

→ Lees verder: Onderwijsvernieuwing: mens of technologie?

Spielerei: Dawn of Joy v1

He Jan, schrijf je nog wel eens wat?

Inderdaad, het is wat stil op mijn blog en de vraag van mijn vader (Hi, pa! ) – die regelmatig kijkt waar zoonlief nu weer mee bezig is- was dan ook terecht. Het antwoord is zowel ja als nee. Ja, ik schrijf best nog wel eens wat (een heleboel zelfs), maar nee, online is het best stil. Ik kom genoeg tegen voor een paar gifitige bijdragen. Bijvoorbeeld.

Gister kreeg ik een nieuwsbrief van de HCC waarin het (voorlopige) sluitstuk van een omvangrijk zelfonderzoek naar de toekomst van deze vereniging werd gepresenteerd. In het verleden heb ik nog deel uitgemaakt van het proces. Maar ik ben daar mee gestopt toen bleek dat hufterigheid en terugkijken naar het verleden centraal bleven staan. Het (voorlopige) eindresultaat verrast me dan ook niet. De HCC krijgt weer een klassiek hoofdbestuur met daarin een paar mensen die hufterig dwarsliggen al jaren tot een kunst hebben verheven. Tja, genoeg reden voor een artikel. Maar, los van deze opmerkingen, ik schrijf er verder niets over. De komende periode loop ik door mijn accounts heen die nog gebruik maken van het @hccnet-mailadres, ga dat wijzigen en vervolgens gaat de opzegging de deur uit. De HCC heeft het sterfhuis betreden.

Een ander voorbeeld was de rapportage in het kader van Archief2020 (of zoiets). De rapportage schetste een triest beeld van een overheid die, ondanks duidelijke bepalingen in de Archiefwet en vele jaren open standaardenbeleid, nog steeds niet in staat is om open standaarden centraal te stellen. De zekerheid van een volgend digitaal zwart gat [. ..]

→ Lees verder: He Jan, schrijf je nog wel eens wat?

Fragmenten

"Fragmenten" is mijn persoonlijke website, de plek waar ik schrijf over de projecten en thema's waar ik bij betrokken ben, de boeken waar ik aan werk. In mijn leven probeer ik vast te houden aan wat in Psalmen 34:12 staat: "Wie is de man die lust heeft in het leven, die genoeg dagen liefheeft om het goede te zien?". Of het nu gaat om open ICT, digitale geletterdheid, interculturalisatie, of geloof en spiritualiteit, ik wil er mee bezig zijn om het goede te zien. Dat vereist soms, vaak wellicht, een scherp doordringen tot de kern van de zaak, een kritische beschouwing, het wegblazen van stof en slingers.