Hypeocratie

Uitgesteld

Een blanke, in een gekleurde wereld

Uitgesteld

"Am I black or white… Controversy"

Wat maakt een mens blank of zwart, of welk ander ras maar ook? Heeft het te maken met de kleur van je ouders, grootouders, overgrootouders, overovergrootouders? En hoe ver mag/moet je dat dan doortrekken? Of is er ruimte voor zelfidentificatie? Het verhaal van Rachel Dolezal, een blanke vrouw die zichzelf presenteerde als zwarte vrouw, heeft me de afgelopen week bezig gehouden. Het deed me denken aan het nummer Controversy van Prince.

I just can’t believe all the things people say Controversy
Am I black or white? Am I straight or gay? Controversy
Do I believe in God? Do I believe in me? Controversy
Controversy Controversy
I can’t understand human curiosity, Controversy
Was it good for you? Was I what you wanted me to be? Controversy

Het nummer stamt uit 1981, en 34 jaar later blijkt de vraag: „Ben ik blank of zwart?” nog steeds voor een eigenaardige controverse te zorgen. Als het gaat om genderzelfidentificatie biedt Facebook meer dan voldoende keuze, inclusief de optie „Bepaal het zelf maar”. Maar het debat over de zelfidenticatie als zwart door een blanke vrouw is voornamelijk negatief van toon. Ik had, en heb, meer zoiets van: “Nou en, waar ziet iedereen nu moeilijk over te doen? Als zij zich identificeert als zwart, prima toch?”

Een blanke, in een gekleurde wereld

Een paar jaar geleden wilde ik het boek Een blanke, in een gekleurde wereld schrijven. Ik had net mijn werk voor een Antilliaanse welzijnsorganisatie afgerond en het leek een goed moment om eens terug te kijken op mijn ervaringen als blanke Nederlander in een Antilliaanse omgeving. In het begin van de jaren negentig heb ik op Curacao gewoond en gewerkt, van 2001 tot 2010 werkte ik voor de welzijnsorganisatie en ik heb van 2010 tot 2013 in een Papiamentu-sprekende gemeente van Jehovah’s Getuigen gediend. Drie verschillende perspectieven op het leven in en rond de Antilliaanse gemeenschap. Je krijgt dan toch een ander, complexer beeld van het vraagstuk ras, identiteit en ‘mens zijn’.

En ik begrijp hoe het mogelijk is hoe -vanuit empathie en identificatie met, in mijn geval, de Antilliaanse gemeenschap- jouw zelfidentificatie veranderd. Zodra ik weer eens een Papiamentu-sprekende groep of gemeente bezoek dan krijg ik een gevoel van ‘thuis komen’. De klanken van de taal, de sfeer onderling, de manier waarop mensen zich tegenover elkaar verhouden, de totale ‘ambiente’ maken dat ik mij op mijn gemak voel. Ik ga zelf anders praten, met een ander ritme. Ik beweeg me anders. Sommigen noemen mij een ‘omgekeerde bounty’: ‘blanku pafo, pretu paden’, oftewel wit van buiten, zwart van binnen. Het is een compliment, een uiting van waardering.

Het omgekeerde, om als Antilliaan uitgemaakt te worden voor ‘bounty’, is een stuk minder positief. Een donkere huidskleur en al te blank gedrag kan op heel wat minder waardering rekenen. Vreemd genoeg staat dit pogingen om er blanker, Europeser, uit te zien niet in de weg.

Vijftig tinten bruin

Binnen de Antilliaanse gemeenschap is het niet simpel een vraagstuk van blank of zwart. Blank is duidelijk,maar zwart? Nee, niemand zal zichzelf snel zwart noemen. Bruin, mokka, lichtbruin, koffiebruin. Hoe lichter de huidskleur, des te beter. Hoe steiler het haar, des te beter. Hoe Europeser de gelaatstrekken, des te beter. Begrippen als ‘drecha rasa’ of ‘drecha famia’ (letterlijk, ras en familie verbeteren) zijn onderdeel van de cultuur en het schoonheidsbesef. Je doet er als man of vrouw goed aan een partner te kiezen die lichter is dan jezelf. Het betekent namelijk dat jouw kinderen ‘beter’ worden, dichter komen bij het lichtere ideaalbeeld. Deze ‘color bar’ komt niet uit de lucht vallen en vind je terug in alle voormalige slavensamenlevingen. Tussen de blanke meester en de donkere slaven stonden de kinderen van de slavenmeesters en vrouwelijke slaven, lichter van kleur. Deze kinderen kregen net iets betere posities in de verknipte slavensamenleving en de koppeling van huidskleur aan sociaal-economische status en maatschappelijke positie was geboren. Ruim 150 jaar na de afschaffing van de slavernij is de ‘color bar’ stevig verankerd in de Caraïbische samenleving.

Het Is daar overigens niet toe beperkt. Ook in India komt het fenomeen voor. Hoe lichter, hoe beter.

Lichter mag wel, zwarter niet?

Dit alles maakt dat ik de controverse rond Dolezal niet helemaal snap. Ja, er is kritiek op het fabriceren van een nieuwe familiegeschiedenis. Dolezal heeft haar blanke wortels vervangen door een discours van zwarte wortels en ervaringen. Jessica Williams noemt het in The Daily Show het toe-eigenen van vervolging van zwarten ‘omdat het cool is’. Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Natuurlijk had Dolezal zich als blanke vrouw bij de strijd voor gelijke rechten en gelijke behandeling kunnen voegen. Maar Dolezal wilde zich, zo te lezen, niet als blanke vrouw identificeren, maar als lichtgetinte zwarte vrouw.

Het is opvallend dat zij door de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap tot vorige week als zwarte vrouw is geaccepteerd, ondanks haar erg lichte huid, blauw/grijze ogen en bijna blonde haar. Het hoger staan op de ‘color bar’ lijkt makkelijker te accepteren, dan het bewust aannemen van een zwarte identiteit. De vraag uit Controversy: “Was I what you wanted me to be?” dringt zich dan weer naar voren. Dolezal was aanvaardbaar als zo blank mogelijke zwarte vrouw, ze is niet aanvaardbaar als blanke vrouw met een zelfidentificatie als zwart. Jammer eigenlijk.

Mijn hoofd op een nieuw lichaam, of toch maar opslaan in de cloud?

Hoe ver ben je bereid te gaan om de grenzen van het menselijk lichaam te verleggen? Zijn er grenzen aan het opvangen van de tekortkomingen die vroeg of laat in het lichaam opduiken? Hoeveel ‘hulpstukken’ zijn aanvaarbaar? Ik draag al sinds mijn 11e, 12e jaar een bril en sinds negen jaar heb ik gehoorapparaten. De set die ik nu heb is fantastisch. Voor het eerst in vele jaren hoor ik vogels bij wandelingen in de natuur. Telefoongesprekken nu mogelijk door een koppeling via bluetooth van de telefoon naar mijn gehoorapparaten. Ik luister weer naar muziek en hoor nieuwe instrumenten in nummers die ik soms al decennia ken. Maar hoe ver ben ik bereid te gaan?

Deze vraag staat in een van de hoofdstukken van het boek Hypeocratie (nog steeds niet af, het ligt te rijpen). Ze is getriggerd door parallelle ontwikkelingen op het gebied van robotica, kunstmatige intelligentie en transhumanisme. Google draait projecten gericht op de verdere ontwikkeling van robots en kunstmatige intelligentie, maar ook -zoals haar visioniar Ray Kurzweil recent nog maar eens herhaalde- op de opslag van het menselijk bewustzijn. Een tijdje geleden verschenen artikelen over een arts die een menselijk hoofd wil transplanteren naar een ander lichaam. Uiteraard met de intentie dat de helft van de deelnemers in dit experiment het ook zal overleven. Hoe ver ben ik bereid te gaan? Hoe sta ik tegenover het idee om mijn bewustzijn in de cloud op te slaan om vervolgens…. ja, wat eigenlijk? Of geef ik de voorkeur aan het overzetten van mijn complete [. ..]

→ Lees verder: Mijn hoofd op een nieuw lichaam, of toch maar opslaan in de cloud?

Twee jaar zonder Ubuntu (2)

“Wat hebben Canonical en de Ubuntugemeenschap met Ubuntu gedaan om een volgende boek te rechtvaardigen?” Deze vraag stond nog open uit het vorige artikel. En de vraag stellen is ‘m natuurlijk ook beantwoorden :-).

Nooit een gebrek aan controverse en discussie

Ik schat zo in dat Ubuntu, Canonical en Mark Shuttleworth sinds de begindagen van deze distributie te maken hebben gehad met stevige discussies. Of het nu kritiek was op de bijdrage van Canonical aan de ontwikkeling van de Linux-kernel, of op de keuze voor Gnome als grafische werkomgeving (ipv KDE), of het niet uitbrengen van een officiële versie van Kubuntu toen KDE 4 nog ongelooflijk brak was, of de keuze voor Unity in plaats van het nog gare Gnome 3, er was altijd wel iets te klagen. Mocht Canonical de merknaam Ubuntu wel gebruiken voor een commerciële dienst als Ubuntu One? Mocht Canonical wel de code van Banshee iets veranderen zodat een deel van de opbrengst van de muziekverkopen naar het bedrijf zouden vloeien? En wat te denken van de controverse rond de Amazon lens? Volgens mij is er alleen al een boek te schrijven over alle controverses en discussies rond Ubuntu, rond de persoon Mark Shuttleworth en het bedrijf Canonical.

Dit soort discussies zijn niet vreemd in de vrije en open source wereld. Het kan er soms stevig aan toe gaan. De aanname, of onderliggende mythe, lijkt dat een stevigen open uitwisseling van meningen bijdraagt aan hogere kwaliteit. Maar ik vraag me dat af, in ieder geval in het geval van Ubuntu.

Nog [. ..]

→ Lees verder: Twee jaar zonder Ubuntu (2)

Vrije artsenkeuze, geloof en consumentisme

Soms zakt mijn broek af bij het gebrek aan kennis bij journalisten. Zo deed een journaliste deze week het principe van vrije artsenkeuze af met een: ‘het gaat dan om mensen die een behandeling willen waarvan de werking niet helemaal duidelijk is’. Ik snap dat het soms erg druk kan zijn op de Haagse redactie en dat je niet alle dossiers goed op je netvlies kunt hebben. Maar, tjonge, dichter bij een stemadvies kun je als journalist ook niet komen. Het is ook een foute uitspraak die nauwelijks een raakvlak heeft met de werkelijkheid.

Het initiatief om artikel 13 van de Zorgverzekeringswet aan te passen (lees: het beperken van de vrije artsenkeuze) is gunstig voor de vier grote zorgverzekeraars (die 90% van de markt in handen hebben) en de overheid (die probeert via semi-marktwerking de stijging van de zorgkosten te beperken). Voor een zorgverzekeraar is het interessant als ze voor hun klanten alleen nog maar gecontracteerde zorg hoeven te vergoeden. Natuurlijk heb ik als patiënt het kuch recht om naar een andere arts of ziekenhuis te gaan, maar van dat kuch recht blijft niets over op het moment dat ik 20%, 40% of zelfs 100% van de kosten van de behandeling zelf moet betalen.

Maar waarom zou je naar een andere arts of ziekenhuis willen?

Ik ben een van Jehovah’s Getuigen. Daar kun je blij mee zijn of je kan het een gruwel vinden ;-). Ik ga er maar van uit dat ons standpunt rond bloedtransfusies bekend is, maar zo niet: voor mij is een [. ..]

→ Lees verder: Vrije artsenkeuze, geloof en consumentisme

Twee jaar zonder Ubuntu

Dit weekend besloot ik weer eens een kijkje te nemen op het forum van Ubuntu-NL. Ik moet toegeven dat ik niet regelmatig langs kom, maar er schijnen weer verkiezingen gaande te zijn en dank kijk ik graag even hoe het er voor staat in de Nederlandstalige Ubuntugemeenschap. Een van de berichtjes ging over Planet Ubuntu. In een van de reacties stond een overzicht van websites die naar de planet geaggregeerd worden, waaronder mijn website Beginnen met Ubuntu. Met daarbij de datum van het laatste bericht: december 2012. Ik dacht: “Is het al weer twee jaar geleden?”. Ja dus. De Basiscursus Ubuntu 12.04 en verder is precies twee jaar geleden gepubliceerd. Ik herinner me nog dat ik toen nog plannen had om extra content aan de website toe voegen, waaronder een miniboekje over Zorin. Het was zelfs mogelijk om een workshop te winnen. Maar ik was eigenlijk ook wel even klaar met het onderwerp en eind 2012 was een goed moment om het schrijven over Ubuntu ‘on hold’ te plaatsen.

Mijn uitgever vroeg onlangs nog of een verversing van de Basiscursus wenselijk was. Immers, Ubuntu 14.04 is al een tijdje beschikbaar en bij vorige LTS-versies hebben we het boek ook geactualiseerd. We moeten er nog verder over in gesprek. Het berichtje op het forum zette me wel even aan het denken. Wat heb ik de afgelopen twee jaar eigenlijk met Ubuntu gedaan? En, voor het boek belangrijker, wat hebben Canonical en de Ubuntugemeenschap met Ubuntu gedaan [. ..]

→ Lees verder: Twee jaar zonder Ubuntu

Lezing: Wanneer zal er een eind komen aan het zuchten van de menselijke schepping?

Op 19 oktober 2014 heb ik in Gorinchem en Nieuwegein de bijbellezing “Wanneer zal er een eind komen aan het zuchten van de menselijke schepping?” gehouden. De lezing begint met de vraag welke redenen we hebben voor (persoonlijk) zuchten en bespreekt dan Romeinen 8. Aan de hand van de Bijbel leren we hoe we om kunnen gaan met ons (persoonlijk) lijden, hoe we het lijden van anderen kunnen verlichten en welke definitieve oplossing er is voor het zuchten van de mensheid.

De lezing is ook als download beschikbaar:

Britse geheime dienst bespioneerde historici

The Guardian heeft een interessant artikel over het bespioneren van Eric Hobsbawm en Christopher Hill, twee Britse historici die toch een aardige op hebben weten te bouwen. Het artikel beschrijft welke informatie over een lange periode werd verzameld en welke conclusies werden getrokken. Tja, de jaren 50 hè. Als je toen maar een beetje sympathie had voor een linksklinkend gedachtengoed, of alleen maar tegen de waanzin van kernwapens was, dan kwam je al op het lijstje van potentiële verdachten terecht. Maar oog bleef even hangen bij het volgende citaat:

At the end of the war, in July 1945, an MI5 officer noted: “As he is known to be in contact with communists I should be interested to see all his personal correspondence”.

We leven nu bijna 60 jaar verder, maar ik schat in dat de mindset van een gemiddelde inlichtendienst niet zo heel veel is veranderd *kuch*. Na ruim een jaar Snowden-onthullingen weten we hoeveel materiaal inlichtingendiensten willen verzamelen. Met nog steeds hetzelfde motief, zoals het volgende citaat laat zien:

MI5 said the object of keeping checks on Hobsbawm was “to establish the identities of his contacts and to unearth overt or covert intellectual Communists who may be unknown to us”. Similarly, Hill was kept under surveillance, the files note, to establish “the identity of his contacts at the University [of Oxford] and in the cultural field generally, and to obtain the names of intellectuals sympathetic to the [Communist] party who may not already be known to us”.

In de jaren 50 was de [. ..]

→ Lees verder: Britse geheime dienst bespioneerde historici

Fragmenten gevangen in ansichtkaarten

Agnes en ik zijn deze zomer een paar weken op pad geweest, eerst een weekje in Duitsland en vervolgens twee weken in Italië. Natuur, cultuur, wat sport en vooral veel uitrusten. En om je heen kijken! Ik heb dit blog – lang geleden inmiddels – “Fragmenten” genoemd. Mooie verhalen en mooie beelden liggen namelijk voor het oprapen, als ze maar wilt horen en wilt zien. In Duitsland en Italië heb ik vooral rondgekeken en dat heeft -onder andere- geresulteerd in een collectie van tien ansichtkaarten. De kaarten heb ik voorzien van tien bijpassende teksten uit de Bijbel. Er is veel ellende in de wereld, maar als je om je heen kunt en wilt kijken is er gelukkig ook nog veel moois te vinden :-).

 

[. ..]

→ Lees verder: Fragmenten gevangen in ansichtkaarten

Wat wil je eigenlijk zijn?

Als dezelfde vraag regelmatig aan je gesteld wordt, dan is het wellicht ook langzamerhand tijd om die vraag te beantwoorden. De vraag: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?” is zo’n vraag, vaak gesteld door iemand waarmee ik prima samenwerk en die zich afvraagt waarom ik mijn talenten niet meer benut in een specifieke richting. Ik snap heel goed waar de vraag vandaan komt. Immers, ik heb er een handje van om rollen naast elkaar te vervullen.

Conflicterende rollen In ‘mijn tijd’ als journalist in het open domein schreef ik boeken over Ubuntu, was ik (eind-)redacteur van het Open Source Jaarboek en tikte ik met regelmaat stevige columns. Met die rollen bestreek ik het spectrum van ‘stevig, ongenuanceerd’ via ‘praktisch, handig’ en ‘objectief, beschouwend’ naar ‘betrokken, academisch’. In de inleiding van het boek “Bring your own device” schreef ik al dat ik vanaf een digitale barrière virtuele stenen aan het gooien naar het gemankeerde open standaardenbeleid in het onderwijs toen mijn uitgever op mijn schouder tikte. Of ik iets zag in het onderwerp BYOD? Het antwoord op de vraag: “Wat wil je nu eigenlijk zijn?” heb ik toen nooit goed beantwoord.

In mijn professionele leven van ‘nu’ ben IT stafmedewerker, een functie die binnenkort ‘Proces- & Innovatieadviseur’ gaat heten. Maar in de afgelopen drie jaar heb ik verschillende rollen vervuld, te beginnen met ‘open source evangelist’ en vervolgens beleidsmedewerker/-adviseur, trendwatcher/innovator, digital officer, planner, communicator en technisch projectleider. Een collega noemde me recentelijk ‘bedrijfsmediator’ en een andere collega dacht dat de rol van ‘enterprise architect’ iets voor [. ..]

→ Lees verder: Wat wil je eigenlijk zijn?

Onderwijsvernieuwing: mens of technologie?

Drieëntwintig jaar geleden begon ik te werken in het omvangrijkste programma voor onderwijsvernieuwing op Curaçao sinds de invoering van de Mammoetwet. Onder aanvoering van een –ik mag wel zeggen- sluwe directeur van de schooladviesdienst en een gedreven onderwijskundige probeerden we het lager onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs naar een hoger plan te tillen. De pijlers van het programma waren het moderniseren van de leerplannen en lesmaterialen, het mogelijk maken van onderwijs in de moedertaal met een stevige inzet op vreemde talenonderwijs en –essentieel- het beter toerusten van de leerkrachten. Zij deden het meeste werk bij het opstellen van de leerplannen, bij het schrijven van nieuwe lesmethoden, met een kwaliteitsborging vanuit het SLO. Het (toen nog) VBO werd op Curaçao eerder ingevoerd dan in Nederland. 

De eerste resultaten waren positief: meer zelfvertrouwen bij de leerlingen, betere leerprestaties. Centraal in de onderwijsvernieuwing stond de leerkracht en zijn/haar inzet om zo goed mogelijk onderwijs te kunnen geven. De nieuwe lesmethoden waren prima, maar de vraag was vooral naar meer tijd met de leerlingen en minder leerlingen per klas. Helaas kwam van het vernieuwingsprogramma veel minder terecht dan wat de bedoeling was. Politiek-bestuurlijke onkunde aan de Curaçaose kant en beschamend neo-kolonialisme aan de Nederlandse kant hebben de vernieuwing om zeep geholpen. Een voorbeeldje van het laatste: we mochten Nederlandse financiering niet gebruiken om hoogwaardig, aanvullend lesmateriaal aan te schaffen in het Caraïbisch gebied, wel om uit Nederland erg dure en niet-passende lesmethoden af te nemen. 

De vruchten van een mislukte onderwijsvernieuwing 

Medio 2001 ging ik in [. ..]

→ Lees verder: Onderwijsvernieuwing: mens of technologie?

Fragmenten

"Fragmenten" is mijn persoonlijke website, de plek waar ik schrijf over de projecten en thema's waar ik bij betrokken ben, de boeken waar ik aan werk. In mijn leven probeer ik vast te houden aan wat in Psalmen 34:12 staat: "Wie is de man die lust heeft in het leven, die genoeg dagen liefheeft om het goede te zien?". Of het nu gaat om open ICT, digitale geletterdheid, interculturalisatie, of geloof en spiritualiteit, ik wil er mee bezig zijn om het goede te zien. Dat vereist soms, vaak wellicht, een scherp doordringen tot de kern van de zaak, een kritische beschouwing, het wegblazen van stof en slingers.