In mijn dagelijks leven werk ik bij de Stichting Welzijnsbevordering Antillianen in Rotterdam. Daar ben ik medio 2001 begonnen en sinds begin 2002 ben ik medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van nieuwe projecten gericht op de meest problematische groepen in de Antilliaanse gemeenschap. Er ligt veel werk, maar we slagen er in jaar na jaar mensen op het juiste spoor te krijgen en hen de weg naar boven terug te laten vinden. Als organisatie zijn we ons maar al te zeer bewust van de negatieve beeldvorming die een hele gemeenschap te verwerken krijgt vanwege het gedrag van een subgroep. In de afgelopen 8 jaar heb ik een grote hoeveelheid stigmatiserende, beledigende en racistische opmerkingen gehoord over ‘die Antillianen’, waarbij zonder aanziens des persoons een complete bevolkingsgroep over één kam werd gescheerd. Triest, maar dat is de onderbuik van Nederland.
Het wordt pas echt triest, angstaanjagend zelf, als vertegenwoordigers van de overheid dit ook gaan doen. Op de site van re.Public stond vanmorgen het volgende bericht: “Rotterdam waarschuwt buurt voor Antilliaanse mannen”. Een stadsmarinier, lid van het persoonlijke team van de burgemeester om de veiligheid in Rotterdam te verbeteren, schreef in een folder voor de bewoners van de Rotterdamse Tarwewijk dat volwassen Antilliaanse mannen, alle mannen dus, overlast veroorzaken voor de buurt en vaak ook met drugsoverlast te maken hebben. Voor alle duidelijkheid, de Tarwewijk is zeker niet een van de beste buurten en dat een groep Antilliaanse mannen bij de overlast betrokken is, staat voor iedereen als een paal boven water. Maar het doet wel pijn te lezen dat met een simpele pennenstreek alle mannen met een kleurtje nu te boek staan als problematisch.
Het doet pijn omdat het mij op een fundamenteel punt raakt. Tot in het diepst van mijn wezen ben ik overtuigd van de gelijkwaardigheid van mensen in het oog van mijn Schepper. Verkeerd gedrag mag niet worden getolereerd en moet aangepakt worden. Maar dat is wat anders dan mensen veroordelen vanwege, in dit geval, hun huidskleur en Antilliaanse identiteit. Misschien past deze gedachte niet bij de tijdsgeest, maar dat is dan jammer.
