Naar aanleiding van onze aankondiging over Open 2.0 op LinkedIn kreeg ik de volgende vraag (de vraag en de daaropvolgende uitwisseling verliep via de persoonlijke berichtendienst van LinkedIn, ik heb dus alle identificerende kenmerken van de vraagsteller verwijderd):

Jan, ik begrijp niet waarom Linkedin niet open is. Iedereen kan zich toch inschrijven? En je hoeft niet alles prijs te geven aan Linkedin (als je dat niet wilt).

Een heldere vraag. Waarom een nieuw platform beginnen als LinkedIn op zich open staat voor aanmelding voor eenieder die dat wil? Mijn antwoord was als volgt:

Ja en nee. LinkedIn is toegankelijk voor eenieder die zich in wil schrijven. Bij de registratie krijg je een kleine collectie vragen voorgeschoteld met de aanduiding dat de informatie verplicht is. Dat is te omzeilen maar dat is niet duidelijk aangegeven. Wij merken nu al dat niet iedereen in het open domein op die vragen zit te wachten.

Om de discussies in een groep te kunnen lezen moet je vervolgens afzonderlijk bij de groep aangemeld zijn. Dat is op zich een kleine drempel maar betekent ook de informatie in die discussie niet open is in de zin van ‘verspreidbaar, deelbaar’. Ik merkte dat direct bij de discussie over de weggevallen consultatiedag tussen het PB NOiV en de open gemeenschappen. Niet alle lezers van mijn blog konden de meldingen in de NOiV LinkedIn groep lezen omdat ze én niet waren aangemeld bij LinkedIn en niet bij de NOiV groep. Kortom, content wordt ‘vastgehouden’ achter twee lagen.

Op de derde plaats is het platform zelf niet open. Ongetwijfeld werkt LinkedIn met API’s maar de broncode is niet beschikbaar en de content valt onder traditionele auteursrecht. Bij promotie van open source en open standaarden wordt dat al snel opgemerkt en krijgen we de vraag “Waarom maken jullie gebruik van een gesloten platform?”.

Open 2.0 draait op een open source platform (Elgg), de content komt onder een open licentie (er moet nog even gekeken worden waar we precies voor kiezen) en alle discussies zijn open in te zien (beter wellicht, zijn publiek). Voor deelname aan de discussies is wel registratie vereist maar dat gaat niet verder dan gebruikersnaam, wachtwoord, e-mail adres. Het invullen van het verdere profiel is optioneel.

Alvorens hier verder op in te gaan eerst even het antwoord van de vragensteller:

Duidelijk(er), Jan. Ik merkte in facebook (voor vrienden en familie) dat ik een hyperlink van fotos toch kan doorsturen (daarvoor hoef je niet bij facebook zijn aangemeld). Daarnaast bemerkte ik dat ik toch vindbaar ben in google, terwijl ik dat niet wil…Open en transparantie heeft zijn grenzen.

Ik zou vermoeden dat Linkedin met open source software is gebouwd. Ik ben van blogspot naar wordpress overgestapt, dat verliep redelijk pijnloos (via een XML standaard). Wat is de standaard die Linkedin zou moeten ondersteunen?

Waar het auteursrecht valt, kan ik niet direct achterhalen. Waarom je Open 2.0 bouwt, begrijp ik niet helemaal. Je bouwt iets na wat er is al is, maar nog niet helemaal voldoende open voor je is? Ik vraag me af hoeveel deelnemers van Linkedin dat zal interesseren.

Volgens is dit wel een interessante casus voor de Open 2.0 gemeenschap. De tweede paragraaf in het laatste antwoord laat mijns inziens zien dat het verschil tussen open standaarden (wat de uitwisseling van gegevens mogelijk maakte) en open source software nog niet goed wordt gezien. Nu wil een deel van de FOSS gemeenschap ook graag dat open source software en open standaarden als een siamese tweeling door het leven gaat, maar dat is natuurlijk niet zo. Het wordt wel vervelend als het gebruiken van een open standaard het beeld gaat opleveren dat de applicatie ook open is. Ik bedoel, Microsoft Office 2007 ondersteunt ook ODF maar is verder een gesloten programma.

De laatste paragraaf moet ook aan het denken zetten. Wanneer is ‘open’ open genoeg? Een soortgelijke discussie ontstond rond mijn boekje ‘Open source en open standaarden. Voor niets gaat de zon op?’. Hoe kan het dat een boekje over ‘open’ zelf niet onder een open licentie is uitgegeven? Een vraag die ik snap en waarop ik wel een antwoord heb. Maar moeten we wel voortdurend een maatstaf neerleggen van wel/niet open genoeg? Of komen we dan terecht bij het ‘continuüm van open’ wat bij de draft van het European Interoperability Framework v2 weer heeft geleid tot het vervangen van ‘open standaarden’ door ‘open specificaties’?

Wat denken jullie?

Dit artikel verschijnt gelijktijdig open Open 2.0, de nieuwe ontmoetingsplek voor vrij en open in Nederland.

Leave a Reply

Jan Stedehouder Bijdragen beschikbaar onder de Creative Commons BY-NA-SA licentie, tenzij anders aangegeven. Rode, blauwe en groene pictogrammen door Ken Saunders onder Creative Commons Attribution-ShareAlike 2.5 Licentie. Suffusion WordPress theme by Sayontan Sinha

Switch to our mobile site