De Open Trends nieuwsbrief van deze week staat uitgebreid stil bij het standpunt van de Free Software Foundation over Software-as-a-Service (SaaS). Richard Stallman en Eben Moglen (Software Freedom Law Center) proberen aan te geven hoe gebruikers meer grip kunnen (of moeten) krijgen over de online diensten. Het zou mij verbazen als iedereen het direct met hen beiden eens is, maar ze benoemen meerdere punten die op zijn minst de aandacht verdienen.
Naast Stallman en Moglen wordt ook Bruce Perens aan het woord gelaten. Hij heeft een aantal suggesties voor overheden die het gebruik van open source software willen bevorderen. Interessante suggesties die misschien meegenomen kunnen worden in de open brief die het programmabureau Nederland Open in Verbinding naar de politiek wil sturen.
Ten slotte bevat de nieuwsbrief deze week nog drie korte berichten. De Free Technology Academy biedt drie nieuwe lesmodulen aan. Van 1 tot en met 4 mei is Utrecht de verzamelplek voor muziekliefhebbers tijdens de Linux Audio Conference. En de GUADEC organisatie heeft een nieuwe website en gaat het evenement nu actiever promoten.
Lezers van de Open Trends nieuwsbrief kunnen gratis naar het CMS congres van 18 mei aanstaande. Meer informatie staat aan het eind van deze nieuwsbrief. Zoals iedere week is de nieuwsbrief online te lezen en als PDF te downloaden.
Open_Trends_2010-12 (PDF, download)
Op de website is overigens een nieuwe Open Trends Nieuwsbronnen pagina te vinden. In de loop van de week verzamel ik, met behulp van Google Reader, potentiële onderwerpen en artikelen voor de volgende nieuwsbrief. Met behulp van een paar handige plugins en diensten worden de geselecteerde artikelen direct naar mijn Twitter account gestuurd (@janstedehouder, hashtag #opentrends) en naar de pagina op de website. Op de site staan de tien meest recente artikelen. Het is de bedoeling de site uit te breiden met een mogelijkheid voor lezers mede te bepalen welke artikelen in de nieuwsbrief moeten worden opgenomen.
Commentaren, suggesties en opmerkingen zijn nu ook al welkom. Rest mij iedereen een goede open week toe te wensen.
SaaS ondermijnt vrijheid gebruikers
Richard Stallman (Free Software Foundation) en Eben Moglen (Software Freedom Law Center) hebben recentelijk stevig stelling genomen tegen Software-as-a-Service en de wijze waarop internetdiensten zich ontwikkelen. De vrijheden voor gebruikers worden -naar hun mening- ernstig bedreigd en de ontwikkeling van vrije software alternatieven is geen oplossing.
In het artikel ’Who does that server really serve?’ besprak Stallman de gevaren van Software-as-a-Service (SaaS) en probeerde hij aan te geven wanneer internetdiensten wel of geen SaaS zijn. De risico’s van SaaS zijn vele malen groter dan gesloten software. De gebruiker heeft geen controle over wat gesloten software doet, maar door de ontwikkeling en het gebruik van vrije software kan dat worden opgelost.
With free software, we, the users, take back control of our computing. Proprietary software still exists, but we can exclude it from our lives and many of us have done so.
SaaS betekent voor Stallman het aanbieden van jouw data bij een aanbieder van online diensten, aan een programma dat op de server draait. Dit gaat verder dan gesloten software, waar een gebruikers ’slechts’ geen toegang heeft tot de broncode. Bij SaaS heeft de gebruiker niet eens toegang tot het programma. De beheerder van de server heeft de software en kan zonder problemen volgen wat de gebruiker met de software en de data doet. Ingebouwde achterdeuren zijn niet noodzakelijk. Voor het wijzigen van de software, of zelfs de data van de gebruikers, heeft de beheerder alle middelen in handen.
Thus, SaaS is equivalent to total spyware and a gaping wide back door, and gives the server operator unjust power over the user. We can’t accept that.
Stallman richtte zijn pijlen vervolgens op de terminologie die wordt gebruikt. Zo verhult de term ’web applicatie’ dat SaaS-diensten niet te vergelijken zijn met de applicaties op de desktop. De term ’cloud diensten’ maakt onvoldoende onderscheid tussen acceptabele diensten en de SaaS-diensten. Web servers, zoekmachines, (micro-)blogdiensten en e-commerce sites zijn acceptabele toepassingen, omdat deze nauwelijks met de data van de gebruikers aan het werk gaan. Google Docs is onaanvaardbaar, zowel vanwege het SaaS-karakter als het gebruik van JavaScript (gesloten software).
Het ontwikkelen van vrije software SaaS-diensten is voor hem geen oplossing. Toegegeven, ze geven de beheerder meer vrijheid over de software die op zijn/haar servers draait, maar ze veranderen niets aan de constatering dat gebruikers met lege handen blijven staan.
De grens tussen aanvaardbaar en niet-aanvaardbaar lijkt voor Stallman te liggen bij de bewerking die een online-dienst doet met jouw data. Het publiceren, delen van en communiceren over jouw gegevens valt niet onder SaaS, tenzij het gebeurt op servers waar je geen verdere controle over die gegevens hebt. Facebook wordt genoemd als voorbeeld van een op zich aanvaardbare dienst (sociale netwerken), maar de ondersteuning van derde applicaties die bewerking van gegevens toestaan is weer niet aanvaardbaar. Flickr is bedoeld voor het hosten en delen van afbeeldingen (aanvaardbaar), maar de mogelijkheid afbeeldingen te bewerken wordt doo Stallman als SaaS bezien (en dus onaanvaardbaar). Om het onderscheid scherp te houden verwerpt hij het gebruik van de term ’cloud computing’:
The real meaning of “cloud computing” is to suggest a devil-may-care approach towards your computing. It says, “Don’t ask questions, just trust every business without hesitation. Don’t worry about who controls your computing or who holds your data. Don’t check for a hook hidden inside our service before you swallow it.” In other words, “Think like a sucker.” I prefer to avoid the term.
Maar zijn er oplossingen? Op de korte termijn ziet Stallman maar weinig mogelijkheden. Als je dan toch van servers voor SaaS-diensten gebruik moet maken, kies dan voor beheerders die jouw rechten als gebruiker hoog in het vaandel hebben staan (en dat ook hebben bewezen). Voor de langere termijn moet de vrije software wereld niet werken aan vrije, gecentraliseerde alternatieven, maar peer-to-peer oplossingen.
In the meantime, if a company invites you to use its server to do your own computing tasks, don’t yield; don’t use SaaS. Don’t buy or install “thin clients”, which are simply computers so weak they make you do the real work on a server, unless you’re going to use them with your server. Use a real computer and keep your data there. Do your work with your own copy of a free program, for your freedom’s sake.
Een week eerder werd een interview met Eben Moglen (door Glyn Moody) gepubliceerd. Het interview stond stil bij een vreemde paradox:
Free software has won: practically all of the biggest and most exciting Web companies like Google, Facebook and Twitter run on it. But it is also in danger of losing, because those same services now represent a huge threat to our freedom as a result of the vast stores of information they hold about us, and the in-depth surveillance that implies.
Moglen ziet het internet veranderen van een netwerk van onderling verbonden systemen naar een gecentraliseerd systeem met hiërarchische controle, zonder dat de centralisering noodzakelijk is voor het aanbieden van diensten. Het centraal opslaan van gebruiks- en verkeersgegevens heeft -voor wat betreft- slechts twee doeleinden: het verdienen van geld en toezicht op het gedrag.
The services are centralised for commercial purposes. The power that the Web log holds is monetisable, because it provides a form of surveillance which is attractive to both commercial and governmental social control. So the Web, with services equipped in a basically client-server architecture, becomes a device for surveillance as well as providing additional services. And surveillance becomes the hidden service wrapped inside everything we get for free.
De vrije software wereld reageert langzaam op deze ontwikkeling. Moglen ziet problemen om het vraagstuk helder te beschrijven en merkt dat een nieuwe generatie vrije software ontwikkelaars op het toneel verschijnt die de status quo (het meer gecentraliseerde web) als vanzelfsprekend beschouwd.
Aan de andere kant, zo stelt hij, de bouwstenen voor een goed alternatief zijn al voor handen. De meeste online diensten zijn gebouwd met bekende software en het moet voor vrije software ontwikkelaars een koud kunstje zijn dit beter te doen. Voor wat betreft de hardware verwijst hij naar de SheevaPlug, een kleine server die in het stopcontact gestoken kan worden en geschikt is voor het draaien van peer-2-peer diensten, zoals sociale netwerken. Deze server hangt in jouw eigen woning en dat is voor Moglen een veiliger plek dan een server in een datacentrum. In de meeste landen moeten opsporingsdiensten een huiszoekingsbevel hebben om de woning binnen te dringen. En de kosten zijn te overzien. Met deze bouwstenen moeten het voor de vrije software wereld mogelijk zijn een nieuw netwerk van verbonden persoonlijke servers te maken, verbonden via VPN en met gebruik van versleutelde e-mail.
Stallman en Moglen bekijken de ontwikkeling van online diensten vanuit het perspectief van de vrijheden voor individuele gebruikers en trekken een negatieve conclusie over SaaS-diensten en de meer gecentraliseerde structuur van het internet. Hun oplossing is het aanreiken van handvatten, zowel hardware als software die de gebruiker in staat stelt de controle terug te pakken. Maar hoe realistisch is dat? Dat is de vraag waar Brian Proffitt, in reactie op het artikel van Stallman, bij stil stond.
Primarily, Stallman’s objection to SaaS is that users lose control over their applications, because the applications are not installed locally. My objection to Stallman’s argument is that a vast majority of computer users will never have real control–even if they use free software.
Proffitt herkent het onbehagen over het opslaan van persoonlijke data bij online aanbieders en maakt daarbij pragmatische keuzen (wel GMail, geen Microsoft SkyDrive). Hij heeft wel problemen met de oplossing die wordt aangereikt. Proffitt onderschrijft de uitgangspunten van vrije software, maar stelt vervolgens wel de vraag hoeveel gebruikers in staat zijn van hun vrijheden gebruik te maken?
De meeste gebruikers maken gebruik van software, zowel op de desktop als online. Zo maakt Proffitt gebruik van Emacs, een vrije software editor, en in beginsel heeft hij de volledige controle over het programma. Maar hij is geen ontwikkelaar en daardoor is hij volledig afhankelijk van het werk van derden. In zijn optiek is dat vergelijkbaar met gebruikers van Microsoft Word.
That is my core problem with the freedom-through-control arguments of the free (and open source) software movement. Stallman’s argument works perfectly for developers, because they can do something about problems in free software. It mostly works for users like me, because we are knowledgeable enough to see problems for what they are and notify the right people to get a fix.
Proffitt denkt dat het niet voldoende is om de juiste hardware en software aan te reiken:
We need to find a way to educate all users, regardless of their level of use, about the dangers of non-free (and non-open) software. Perhaps we need to shift the argument away from control of apps to what something users might understand on a visceral level: control of data.
I think whatever the new strategy will be, this is an excellent mission for the Free Software Foundation: find a way to make the benefits resonate for all users, not just the ones in the know.
Drie bouwstenen: vrije software, vrije hardware en vrij programma voor de opleiding en training van bewuste gebruikers. Ze zijn alledrie al beschikbaar.
(Bronnen: Richard Stallman, Free Software Foundation; Eben Moglen, Software Freedom Law Center; Brian Proffitt, IT World)
Waar moet wetgeving open source ondersteunen?
Wat is nodig om een eerlijk speelveld voor open source software bij overheidsaanbestedingen te realiseren? Bruce Perens is niet direct voorstander van wetgeving die een voorkeur voor open source uitspreekt, aangezien het bestaande gesloten aanbieders de kans geeft de ’vermoorde onschuld’ te spelen (JSt: Denk bijvoorbeeld aan Centric, ICT~Office, Software~VOC). Perens noemt een aantal speerpunten voor overheden waarmee ze dichter bij het gewenste eerlijke speelveld komen.
Zo moeten softwarepatenten simpelweg buiten de deur worden gehouden. Open source ontwikkelaars zijn in het nadeel aangezien zij zelf geen inkomsten ontvangen voor hun intellectueel eigendom en dus niet kunnen betalen bij patentclaims.
Daarnaast moeten overheden actief inzetten op open standaarden, bij voorkeur open standaarden die zowel voor gesloten als open source software gebruikt worden. Het kost tijd om open standaarden te ontwikkelen en -wat betreft Perens- overheden moeten eisen dat de bestandsformaten en interoperabiliteit goed worden gedocumenteerd, en ’royalty free’ en vrijelijk gebruikt mogen worden. Waar nog geen goede open standaarden zijn, kan worden volstaan met goed gedocumenteerde standaarden en protocollen, met een scherpe duiding van eventuele er op rustende rechten.
Open source is fors in het nadeel bij haar lobby richting de overheid en bij haar marketing. Perens bepleit volledig transparantie rond alle lobby-activiteiten: wie waren bij welk gesprek aanwezig, hoe laat is het gesprek begonnen en hoe lang heeft het geduurd en wat is er besproken? Die gegevens moeten binnen een dag online beschikbaar zijn. Er dient tevens wetgeving te komen om de toegang voor minder-bevoorrechte partijen te waarborgen.
Ten slotte moeten open source alternatieven bij aanbestedingen altijd worden meegenomen. Een aanbesteding die dit niet doet, dient ongeldig te worden verklaard.
Met deze maatregelen, is de opvatting van Bruce Perens, is het niet noodzakelijk een voorkeur voor open source bij aanbestedingen te regelen.
(Bron: Bruce Perens)
In het kort:
Linux Audio Conference
Linux, open source en muziek komen elkaar van 1 tot en met 4 mei 2010 tegen in Utrecht. De Linux Audio Conference is een internationale conferentie voor ontwikkelaars, muzikanten, componisten en gebruikers. Het programma is nog volop in ontwikkeling, maar het is de bedoeling stil te staan bij onderwerpen rond de software, licenties en de wensen van de gebruikers. De Linux Audio Conferentie wordt gehouden in de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht. Er zijn geen verbonden aan deelname, maar registratie is -mede om veiligheidsredenen- wel vereist.
Wie meer wil weten over de (on)mogelijkheden van het produceren van muziek onder Linux: Marco Raaphorst beschreef vorig jaar zijn ervaringen om als sounddesigner te beginnen met Ubuntu en voor hem relevante software.
(Bron: Linux Audio Conference)
Free Technology Academy biedt drie nieuwe modulen aan
Begin dit jaar ging de Free Technology Academy van start met twee lesmodulen (’The concepts of Free Software and Open Standards’(lesboek) en ’The GNU/Linux Operating System’(lesboek)). In totaal hebben 60 deelnemers zich hiervoor ingeschreven. Op 26 april beginnen drie nieuwe lesmodulen. Geïnteresseerden kunnen zich tot 20 april inschrijven. Het bijbehorende lesmateriaal is direct vrijgegeven. Het gaat om:
- Web applications development(lesboek)
- Economic aspects of Free Software(lesboek)
- Software development(lesboek)
De module ’Software development’ vereist beperkte voorkennis over de programmeertalen C, C++ of Java. De kosten voor iedere module bedragen € 380,–.
De Free Technology Academy is een initiatief van de Open Universiteiten in Nederland en Catalonië (Spanje), de Universiteit van Agder (Noorwegen) en het Free Knowledge Institute.
(Bron: Free Technology Academy)
[Persbericht] Den Haag gaststad voor internationale open source conferentie GUADEC
Ontwikkelaars en gebruikers van de open source grafische werkomgeving GNOME slaan van 27 tot en met 30 juli 2010 hun tenten op in Haagse Hogeschool. Den Haag is dan gaststad voor GUADEC, een van de toonaangevende internationale conferenties op open source gebied. GUADEC, de GNOME Users and Developers European Conference, staat stil bij de ontwikkeling van de grafische werkomgeving en bijbehorende programma’s. Met onderwerpen als digitale vrijheden en de innovatieve kracht van open source gemeenschappen wil GUADEC aandacht schenken aan de maatschappelijke meerwaarde van het open ontwikkelingsmodel.
De Nederlandse overheid voert een actief stimuleringsbeleid op het gebied van open standaarden en open source software. De congresorganisatie onderzoekt de belangstelling voor een pre-conferentie, te houden op 26 juli 2010, waarop de mogelijkheden van open source software voor overheidswerkplekken centraal staat.
De GNOME grafische werkomgeving wordt breed gezien als een toegankelijke desktop en vormt de standaard werkplek voor een groot deel van -op eindgebruikers gerichte- Linux distributies.Voorbeelden zijn Ubuntu, Red Hat en Suse. Software die binnen het GNOME project is ontwikkeld heeft ook haar weg gevonden naar verschillende modellen van Nokia.
Het programma van GUADEC krijgt in de komende periode gestalte. De site http://www.guadec.org bevat altijd de meest actuele informatie.
Ook belangstelling voor een persbericht voor jouw FOSS activiteit? Of wel je een persbericht laten plaatsen op de site en in de Open Trends nieuwsbrief? Meer informatie is te vinden op deze pagina.
(Advertentie)
Gratis kaarten voor Content Management Systems 2010
Op 18 mei aanstaande wordt de 9e editie van het Content Management Congres gehouden. Het congres staat stil bij actuele ontwikkeling op het gebied van CMS en hoe je het als organisatie kan en moet inzetten. Uiteraard heeft open source software een plek in het programma gekregen.
Jacob Klaassen, van het bedrijf Goldmund, Wyldebeast & Wunderliebe, bespreekt de inzet van Plone bij Gasunie. Plone is, volgens de aankondiging, de facto standaard voor document uitwisseling met gebruikers buiten de Gasunie. Jacob zal speciale aandacht geven aan het beheer en inzet van open source applicaties in -wat wordt genoemd- een ’archaïsche IT-infrastructuur, gedomineerd door HP, Microsoft en SAP’. Coert Prins, manager bij VLC, laat zien hoe Drupal en de Google zoektechnologie gecombineerd kunnen worden om betere resultaten te bewerkstelligen.
De lezingen, praktijkcases en expertsessies staan stil bij verschillende facetten van het inzetten van een CMS. Cor Molenaar, bijzonder hoogleraar eMarketing & DistanceSelling (School of Management, Erasmus Universiteit) bespreekt in zijn keynote de verwachtingen van bezoekers van een website. Wat is het verschil tussen ’bereiken’ en ’beraken’? Stephan Fellinger laat zien hoe het gedrag van doelgroepen verandert onder invloed van interactieve media.
Het congres wordt gehouden in congrescentrum Travium (Nijmegen). Het programma begint om 9.00 uur en loopt door tot 17.00 uur.
cms2010De kosten zijn, normaliter € 195,– (ex. BTW). Een tweede bezoeker van dezelfde organisatie mag gratis mee naar binnen.
OpenSourceLearning heeft de beschikking over twee gratis kaarten. Wie het eerst komt, het eerst maalt. Heb je belangstelling, stuur dan even een mailtje naar opentrends AT opensourcelearning PUNT info.
(Ter bevordering van de transparantie: Dit artikel en dit aanbod is geschreven op basis van afspraken met de organisator van het congres CKC Seminars. CKC Seminars zal op de congreswebsite een promotie voor de Open Trends nieuwsbrief plaatsen).



[...] Meer informatie staat aan het eind van deze nieuwsbrief. Zoals iedere week is de nieuwsbrief online te lezen en als PDF te [...]