Ik blijf nog maar even de vrijgave van het nieuwe Open Source Jaarboek 2009-2010 promoten samen met het evenement van 21 juni 2010. Er staat namelijk een stevig programma klaar en we gaan ook naar de toekomst van ‘open’ in Nederland kijken.
Om met het programma te beginnen. Gerard van Oortmerssen heeft 10 december 2009 een lezing gehouden met de titel ‘Waarden en ICT: Op weg naar open standaarden‘ (PDF), een onderwerp dat hij voor het Open Source Jaarboek verder heeft uitgediept. Menselijke waarden als menselijke integriteit (privacy), economie, duurzaamheid en gelijke kansen voor iedereen, ‘inclusiveness’, openheid verdienen wat hem betreft een plaats in open standaarden. Op 21 juni pakt hij dit onderwerp opnieuw op.
Marc Vloemans, voorzitter van OSSLO, levert met zijn bijdrage: ‘Competitie op de Commons’ een visie op de ontwikkeling van samenwerking en concurrentie van open bedrijven. Hij noemt het zelf een eerste verkenning, maar hij zet een aantal duidelijke lijnen neer voor open bedrijven die serieus genomen willen worden en zichzelf serieus willen nemen. Het is een ‘must’ om hiervoor 21 juni naar Den Haag te komen.
De auteurs van het Open Source Jaarboek hebben bij elkaar een behoorlijk pakket aanbevelingen geformuleerd, ieder vanuit hun eigen expertise. De tweede deel van het programma staat niet voor niets in het teken van het formuleren van input voor het komende regeerakkoord. ‘Open’ kan rekenen op een kamerbrede steun, en dat al sinds zeker 2002, maar daarmee is het nog geen uitgemaakte zaak dat ‘open’ een integrale en centrale plaats in het beleid heeft (ik hoef toch niet te verwijzen naar mijn columns om dat te onderbouwen?). Het is de verantwoordelijkheid van de vrije en open source gemeenschap om daar de bouwstenen voor aan te dragen.
Vandaar de vraag die in de titel van dit artikel staat: ‘En? Waar moet ‘open’ in Nederland naar toe?’. Kun je op 21 niet naar Den Haag komen, zet dan jouw mening (uiteraard met een goede onderbouwing) in de comments. Dan neem ik ze wel mee.



Ik denk dat men het zich onnodig moeilijk heeft gemaakt, door open source niet als eis te stellen, maar alleen open standaarden. Nu gaat men achterover leunen tot de closed source bedrijven, klaar zijn met het implementeren van “open” standaarden, waardoor we terecht zijn gekomen in soaps zoals die van Microsoft en OOXML.
Open standaarden zijn belangrijk, maar het is net zo belangrijk dat je als overheid de code van de software beschikbaar hebt, aanpassingen kunt maken en je niet uitlevert aan veroordeelde (buitenlandse) monopolisten.
Vrije software is bovendien een “common good”, iets dat van ons allemaal is en waar wij allemaal van kunnen profiteren. Voor een overheid, zou het dan ook een vanzelfsprekendheid moeten zijn om daaraan bij te dragen.