Een tijdje geleden heb ik al aangegeven een fors deel van mijn activiteiten in het ‘open wereldje’ af te bouwen. Mijn werk voor LPI Nedeerland bleef staan als één van de klussen die ik graag goed wilde aanpakken. Maar er kwam een flinke kink in de kabel.
Sinds december 2009 is de organisatie waarvoor ik werk bezig met overleven en strategisch heroriënteren. De afgelopen jaren zijn we sterk gegroeid en hebben we meerdere projecten voor Antillianen die de weg in de samenleving niet kunnen vinden op kunnen starten. Gedurende 2009 werd duidelijk dat het roer bij de (Rotterdamse) overheid om ging en dat onze projecten geen lang leven meer beschoren was. We zijn nu op het punt dat bijna 40% van ons budget is verdwenen.
Als lid van het managementteam en één van de architecten van de groei van de afgelopen 7 jaar is het best pittig een dergelijke ontmanteling door te moeten maken, maar er moet ook gekeken worden naar nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden en nieuwe middelen. Een aantal projecten vallen nu onder mijn directe verantwoordelijkheid omdat ze de kans bieden op nieuwe groei, omdat ze werken met vernieuwende methodieken waar met belangstelling naar gekeken wordt. In de tussentijd is het een uitdaging het team betrokken en gemotiveerd houden, want zij zien hun collega’s afvloeien. Er moet over missie, visie en strategie worden nagedacht.
Mijn collega’s in het bestuur van LPI Nederland hebben zich begripsvol opgesteld, hebben me alle ruimte gegund om daar de prioriteit te leggen. Maar voor mezelf bleef het onbevredigende situatie. LPI Nederland heeft een ambitieuze agenda, een agenda waarmee LPI-certificering als dé basiskwalificatie voor Linux-systeembeheerders in de markt wordt erkend. De overeenkomst met ECABO is een prachtig begin, maar er moet nog heel wat werk worden verzet. En dan wringt het als ik daar geen concrete bijdrage aan kan leveren en het ook niet zeker is wanneer aan de huidige situatie bij mijn werkgeven een einde komt. Ik kan niet een bestuursplek innemen zonder daarbij mijn deel van het werk te kunnen nemen. Dat past niet bij me.
En dus heb ik mijn collega’s laten weten dat ik niet langer deel kan uitmaken van het bestuur van LPI Nederland. Natuurlijk blijf ik LPI Nederland volgen en hoop ik op termijn wel weer bij te kunnen dragen aan die ambitieuze agenda.


