- Op naar het volgende boek: Open Barrières
- ‘Hoe kan ik bijdragen?’
- Onderhuur in het huis van Thorbecke?
- Even kort door de bocht
- Als waardering uitblijft
- Gemeenschap of gebruikers?
- DuckDuckGo gaat voor winstdeling met FOSS
- Is er wel iemand verantwoordelijk voor het falen van het NOiV-beleid? Ach….
- Slides van ‘Remember the Spartans! Or, introducing open source against overwhelming odds’ online
- Beginnende gebruikers? Wie zijn dat?
- Moet ik enthousiast worden over vrije leermiddelen?
Het onderstaande is een reactie in een lopende discussie in de NOiV LinkedIn groep. Die discussie is echter pas te volgen na aanmelding voor de groep. Waar ik terugverwijs naar eerdere bijdragen zal even naar die groep gegaan moeten worden.
Sinds het uitkomen van mijn eerste boek (Probleemloos overstappen op Linux) wordt met enige regelmaat de vraag gesteld of en waarom een van mijn boeken niet gratis te downloaden is, waarom het niet onder een Creative Commons-licentie is vrijgegeven of waarom het niet onder een vrijere Creative Commons-licentie is vrijgegeven. Dit gaat dan gepaard met de impliciete of expliciete beschuldiging dat ik niet eerlijk en open ben, niet echt een goede vertegenwoordiger van het open gedachtegoed. De discussie die door Jan Willem wordt aangezwengeld is dus niet nieuw, met inbegrip van de beschuldiging.
Er worden hier wel een paar dingen door elkaar gehaald. Voor alle duidelijkheid: ik ga hier niet in op de keuzen die specifiek voor het Open Source Jaarboek zijn gemaakt. Ik wil het graag wat breder trekken.
Jan Willem, je haalt hier het licentiemodel, het verdienmodel, het marketingmodel en het distributiemodel door elkaar. Je spreekt over publicaties onder Creative Commons en onder het traditionele licentiemodel. Een boek onder het traditionele model met effectieve marketing waarbij ex ante gratis content (al dan niet afkomstig uit het uiteindelijke boek) beschikbaar wordt gesteld lijkt voor jou hetzelfde als het beschikbaar stellen van een gratis boek en een niet-gratis boek onder een Creative Commons-licentie. Daarnaast verwar je open source software-licentie met Creative Commons-licenties. Creative Commons-licenties vereisen niet het als download beschikbaar stellen van brondmaterialen.
In het geval van een boek lijkt me dat trouwens interessant. Van mij mag je alle bronmaterialen hebben, maar dat komt dan neer op ruwe cijfers en elders gepubliceerde rapporten en artikelen. Het compileren van broncode om zodoende het programma te verkrijgen is toch een iets ander proces dan de creatieve verwerking van bronmaterialen tot een interessante tekst.
Als ik kijk naar de verschillende succesverhalen rond Creative Commons-werken dan vallen een paar hoofdlijnen op. Op de eerste plaats lijkt het voor auteurs die institutioneel met een onderwerp bezig zijn eenvoudiger om hun werk onder een Creative Commons-licentie vrij te geven (en gratis te laten downloaden). Het gaat om auteurs die bijvoorbeeld al door de overheid of onderzoeksinstellingen worden betaald voor hun werk en het werk is dan een andere publieke weergave van hun taak.
Op de tweede plaats lijkt het voor artiesten die al onder het traditionele model een grote fanschare hebben opgebouwd eenvoudiger om een volgend werk onder een Creative Commons-licentie vrij te geven. Naast de gratis downloads zijn er premiumuitgaven die voor de echte fans de moeite waard zijn. Ik kom nog zelden artiesten tegen die vanaf het eerste moment een commercieel succes hebben geboekt met uitsluitend werken onder een Creative Commons-licentie (maar ik laat me graag verrassen).
Op de derde plaats lijkt het een verschil uit te maken in welk taalgebied je schrijft. De grote successen die links en rechts worden genoemd komen voornamelijk uit het Engelse taalgebied, waarbij je dan enerzijds een enorme hoeveelheid gratis downloads ziet met een relatief klein percentage betaalde downloads/verkopen. Maar omdat de markt zo groot is, wordt het toch een aantrekkelijke uitgave (in commercieel opzicht dan).
Nu kun je natuurlijk stellen dat je bij werken in het open domein eigenlijk niet mag spreken over commercieel succes, dat je als auteur de morele plicht hebt om het werk gratis beschikbaar te stellen (ik ben al eens corrupt genoemd omdat ik dat niet voor al mijn werk deed). Maar bedenk dan ook eens het volgende.
Na een aantal boeken te hebben geschreven kan ik wel wat gegevens bij elkaar schrapen. Het schrijven van een nieuw boek kost mij tussen de 150 en 200 uur. Dat staat los van de promotie die bij de vrijgave van een boek hoort. Deze tijd staat ook los van al het andere werk dat door mij (en talloze anderen) in het open wereldje wordt verricht. Het grootste deel van mijn creatieve werk (artikelen, columns, presentaties) wordt onder een Creative Commons-licentie vrijgegeven en is gratis beschikbaar. Het werk waar inkomsten tegenover staat is derhalve een klein deel van het totale werk in het open domein (misschien handig om in gedachten te houden als we het over ‘eerlijk’ hebben). Dit geldt voor zo’n beetje iedereen in het open domein, dus niets bijzonders eigenlijk.
Qua inkomen levert een boek pakweg 1500 euro bruto op, en dan komt de belastingdienst langs. Dat bedrag kan hoger zijn als ik zou kiezen voor een uitgave in eigen hand, maar dan praat je wel over een vrij forse voorinvestering. Voor mij niet haalbaar. Een bevriende fotografe heeft er net een fotoproject van 2 jaar op zitten en legt nu de laatste hand aan het bijbehorende boek. Zij steekt zich fors in de schulden om het boek mogelijk te maken. Als de verkopen tegenvallen is ze nog jaren bezig om die investering terug te verdienen. Het maken van een fysiek boek kost geld, en moet dus wel ergens terugverdiend worden.
Zodra een van mijn boeken uitkomt begint het feest pas echt. Dan komen de mailtjes binnen met verzoeken of een lezing of presentatie wil houden, bij voorkeur over onderwerp X, op locatie Y. In de afgelopen jaren heb ik twee lezingen kunnen houden waarvoor in ieder geval mijn reiskosten terug heb gekregen. In het ergste geval werd mij op voorhand aangegeven dat ik zelf mijn koffie moest betalen. In de meeste gevallen gaat het om organisaties en groepen in den lande die simpelweg geen geld hebben, maar wel snoeihard werken om ‘open’ op de kaart te zetten. Het maken van een nieuwe presentatie kost, afhankelijk van het onderwerp, tussen de 8 en 20 uur. Voeg daarbij de reistijd en reiskosten en je snapt waar de meeste inkomsten vanuit de boeken naartoe gaan.
En dat is mijn businessmodel: de inkomsten uit de commerciële uitgaven zijn bedoeld om de kosten voor open source promotie af te dekken. Overigens was dat pas in 2009 voor het eerst het geval. Tot die tijd lagen de uitgaven hoger dan de inkomsten.
Ik klaag niet, zeker niet omdat ik weet dan sommigen al 10, 15 jaar bezig zijn om ‘open’ in Nederland te promoten en daar heel wat meer tijd en geld in hebben gestoken. Maar het prikkelt wel als zo makkelijk wordt gesproken over ‘eerlijk’ en over ‘open businessmodellen’ waar nu eenmaal niet altijd iets te verdienen is. Goede voorbeelden zijn prima, maar in veel gevallen is het dan ook nuttig even wat verder te kijken en vast te stellen waar het verdienmodel dan wel ligt. Mijn derde boek in 2009 had niet voor niets de ondertitel ‘Voor niets gaat de zon op?’. Of het nu gaat om open source of open content, er zijn kosten verbonden aan de productie en/of distributie en die kosten moeten ergens duurzaam worden afgedekt om de continuïteit te waarborgen. Een groot deel van het werk binnen het open domein wordt gedaan vanuit idealisme, dat is een van de mooie kanten er van. Maar het zou de gebruikers van dat werk sieren als de eerste vraag niet zou zijn: “Waar kan ik het downloaden?”, maar “Hoe kan ik bijdragen?”.
Meer hierover trouwens in mijn volgende boek dat als titel heeft ‘Open Barrières’ (uit te geven onder een Creative Commons-licentie én gratis te downloaden).



Zo helemaal mee eens! Het aantal keren dat je men de moeite neemt om je na een lezing te bedanken is inderdaad bedroevend laag. Maar wel hele discussies over waarom je boeken niet ‘open’ zouden zijn. Duh! Omdat ik ook mijn hypotheek moet betalen misschien?
[...] Jan Stedehouder schreef vandaag een goed verhaal: http://www.janstedehouder.nl/2010/06/29/hoe-kan-ik-bijdragen/ [...]
[...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door janstedehouder, Jeroen Baten. Jeroen Baten heeft gezegd: RT @janstedehouder: Fragmenten, nieuw artikel: 'Hoe kan ik bijdragen?' http://www.janstedehouder.nl/2010/06/29/hoe-kan-ik-bijdragen/ [...]
Op de site van Jeroen Baten geef ik een reactie waar in ik uitleg waar om een deel van de mensen die gratis willen, gratis willen, en welke optie er in hun geval mischien mogelijk is
Frijn dat open barieres als download beschikbaar komt
Wist je dat je op lulu,com zowel gratis als betaalde downloads kan hosten?
Missichien een iedee voor het daarop volgende boek, of dit nou gratis of betaald zou zijn, want je kan de prijs zo maken als je wilt, maar er gaat bij betaalde downloads 20 procent naar hunn
Het is maar een iedee mischien heb je er wat aan
Groetjes reekje
Hoi Reekje,
Lulu is een van de beschikbare mogelijkheden voor digitale boeken, er zijn er meer. Waar het in dit artikel om ging is niet het probleem van de auteur om zijn werk om andere, financieel aantrekkelijker manieren te verspreiden. Maar het gaat om de gebruiker die te makkelijk vraagt of een creatief werk dat over open source gaat niet ergens (gratis) te downloaden is. En dan, in iets te veel gevallen naar mijn smaak, het dan niet kan laten om de auteur als hypocriet te bestempelen als die gratis download niet beschikbaar is omdat het voor open source software wel het geval is. Mijn punt is dat ook in het laatste geval je niet mag spreken over gratis en dat ook daar op zijn minst meer waardering wenselijk is.
Van commerciële bedrijven die van open source en open content gebruik gaan maken verwacht ik so wie so dat zij onder andere een deel van hun omzet/winst in harde euro’s terug geven aan de gemeenschap.
Groetjes
Jan