- Op naar het volgende boek: Open Barrières
- ‘Hoe kan ik bijdragen?’
- Onderhuur in het huis van Thorbecke?
- Even kort door de bocht
- Als waardering uitblijft
- Gemeenschap of gebruikers?
- DuckDuckGo gaat voor winstdeling met FOSS
- Is er wel iemand verantwoordelijk voor het falen van het NOiV-beleid? Ach….
- Slides van ‘Remember the Spartans! Or, introducing open source against overwhelming odds’ online
- Beginnende gebruikers? Wie zijn dat?
- Moet ik enthousiast worden over vrije leermiddelen?
Deze week heb ik weinig tijd om aan Open Barrières te werken, maar vertel dat mijn hersens maar eens. Het creatieve proces gaat gewoon door en dan word je wakker met de contouren van een volgend onderdeel voor het boek. Vandaag draait het schrijven rond twee observaties, twee gedachten die zich een aantal weken geleden in mijn geest hebben vastgezet:
- Ubuntu begint steeds meer op Windows te lijken, en
- Vrije en open source gemeenschappen kunnen trots zijn op hun gemeenschappen, maar Microsoft maakt software waar mensen mee willen werken.
Nu ben ik ook direct de eerste persoon om hier gelijk op af te dingen (nee, ik heb geen gespleten persoonlijkheid
), maar de observaties stimuleren het schrijfproces.
Door het werk aan de nieuwe Basiscursus Ubuntu 10.04 werd duidelijk welke verbeteringen de ontwikkelaars aan de distributie hadden aangebracht, onder andere via het Papercuts-project. Maar het viel ook op welke applicaties in de afgelopen twee, drie jaar nauwelijks zijn veranderd. Ik denk dan even aan programma’s als OpenOffice.org en Evolution. Natuurlijk zijn er verbeteringen aangebracht en ik ben ervan overtuigd dat het onder de motorkap veel betere programma’s zijn geworden. Ik schrijf echter voornamelijk voor eindgebruikers en die kijken niet onder de motorkap. Ubuntu doet er heel veel aan om de installatie en de eerste gebruikerservaring zo soepel en simpel mogelijk te laten verlopen. Er wordt hard gewerkt om de eigenaardigheden van het besturingssysteem naar de achtergrond te drukken en de gebruikers vervolgens met zo min mogelijk meldingen of opties te confronteren. Dit lag onder andere ten grondslag aan de observatie dat Ubuntu steeds meer op Windows begint te lijken. De vraag die ik nu voor Open Barrières wil beantwoorden is of dit wel een goede weg is. Is versimpeling van de open source desktop de juiste route om acceptatie door eindgebruikers te vergroten? Is het goed om een Ubuntu manual te schrijven waarin wel het ‘hoe’, maar slechts in beperkte mate het ‘waarom’ een plaats heeft? Verliezen we dan niet het -voor mij belangrijker doel- van het verschaffen van vrijheid aan gebruikers uit het oog?
De tweede gedachte hangt hiermee samen. Een distributie als Ubuntu is in hoge mate afhankelijk van wat elders aan ontwikkeling wordt verricht. Na de soepele en simpele installatie, en het afconfigureren, moet een gebruiker het dagelijks werk kunnen doen. Programma’s als OpenOffice.org, Evolution, Empathy, Firefox, Gwibber en Rhythmbox zijn prima programma’s. Met meerdere Ubuntu-desktops in huis komen ze dagelijks voorbij, maar meer en meer loop ik dan wel tegen grenzen aan. Als ik serieus schrijfwerk moet verrichten dan gebruik ik OpenOffice.org niet meer, maar LyX. Als dat schrijfwerk de fase van redactie in gaat en de opmaak wat complexer wordt, dan schakel ik regelmatig genoeg over naar Office 2007. Evolution heeft al plaats moeten maken voor GMail. Gwibber vreet systeembronnen en kan niet op tegen het gemak van Hootsuite of Seesmic. Firefox begon ooit als een afslanking van Mozilla, maar als ik nu een slanke en snelle browser wil hebben dan kies ik voor Google Chrome. Gelukkig heb ik door het gebruik van open standaarden en vrije en open source software de keuze om te switchen. Maar bekijk het eens van het perspectief van een beginnende gebruiker die voor het eerst kennis maakt met de open source desktop.
Kijk dan ook eens naar Apple. Gesloten hardware, gesloten software, gesloten ecosysteem, hardware die zeker bij vroege generaties minder presteert dan andere producten in het marktsegment, maar gebruikers slikken het zonder al te veel problemen. Ja, wij, als vrije en open source nerds gaan mopperen (om vervolgens toch iets te mompelen als ‘het ziet er wel strak uit’). Ergens blijft een kloof bestaan tussen de enorme creativiteit van vrije en open source ontwikkelaars en dat wat gebruikers graag willen gebruiken. Behalve als gebruikers niet weten dat hun apparaatje op Linux draait, wat weer de vraag oproept waarom die kloof in dat soort gevallen is verkleind? En wat kunnen we daarvan leren voor de open source desktop?
Vragen, vragen. En ik heb helemaal geen tijd om ze deze week te beantwoorden.


