Tijdens de campagne Open Onderwijstoegang moesten we de conclusie (opnieuw) trekken dat van het open standaardenbeleid, een van de pijlers van Nederland Open in Verbinding, in het onderwijs volstrekt niets terecht was gekomen. In het voorjaar 2012 stelde de Minister van Onderwijs, in antwoord op kamervragen, dat er wat haar betreft weinig problemen waren rond het gebruik van open standaarden in het onderwijs. Onderzoeker Mathieu Paapst, die 10 januari promoveert op een onderzoek naar de invloed van het open source en open standaardenbeleid op de Nederlandse aanbestedingspraktijk, zet hier vraagtekens bij. Zijn onderzoek toont aan dat van toepassing van het open standaarden- en open source beleid in het onderwijs nauwelijks sprake is en dat de minister geen enkele stap heeft gezet om het plan Nederland Open in Verbinding te verankeren voor de onderwijssector.
De onderwijssector sluit willens en wetens Open ICT uit in aanbestedingen
Paapst heeft in zijn onderzoek onder andere gekeken naar het uitspreken van een (verboden) directe of indirecte voorkeur voor gesloten software in aanbestedingen. Onder het uitspreken van een directe voorkeur valt bijvoorbeeld het vragen van specifieke producten, maar bijvoorbeeld ook het stellen van eisen aan de leverancier die erop neerkomen dat deze gecertificeerd is voor een specifieke leverancier. Hij citeert uit een onderwijsaanbesteding het volgende:
De hardware moet standaard worden geleverd met een besturingssysteem dat geschikt is voor de Microsoft Campuslicentie. Op deze hardware met dit besturingssysteem moet zonder prestatieverlies de in het MBO gebruikelijke educatieve en administratieve software kunnen draaien, zoals bijvoorbeeld AutoCAD.
Door dergelijke voorkeuren in de aanbesteding op te nemen kan geen invulling worden gegeven aan het open source beleid. In de onderwijssector wordt, triest genoeg, het meest gebruik gemaakt van deze methode. In ruim 60% van de aanbestedingen wordt een voorkeur voor gesloten software uitgesproken.
Naast directe voorkeuren worden ook indirecte voorkeuren uitgesproken met het doel open source software buiten de deur te houden. Paapst spreekt over aanvullende eisen ten aanzien van de ontwikkelgemeenschap, de licenties, de interoperabiliteit met gesloten software en het volgen van de style guide van een met name genoemde leverancier van gesloten software. Ook hier scoort de onderwijssector dramatisch.

In ruim 72% van de aanbestedingen in het onderwijs worden beperkingen opgelegd aan open source software. Tja, en dan gaat er ook weinig veranderen.


De minister van Onderwijs misleidt de Tweede Kamer
Na dit geconstateerd te hebben, schrijft Paapst in het proefschrift “Barrières en doorwerking. Een onderzoek naar de invloed van het open source en open standaarden beleid op de Nederlandse aanbestedingspraktijk” het volgende:
Gelet op de opvallend slechte score van de onderwijssector is het verrassend dat de minister van onderwijs in maart 2012 in antwoord op Kamervragen over de toepassing van het actieplan NOiV in het voortgezet onderwijs juist aangeeft dat er haar weinig signalen bekend zijn vanuit het onderwijs dat het met de aanbesteding en inkoop van ICT is misgegaan.
Oftewel, de minister heeft de Tweede Kamer destijds verkeerd geïnformeerd. Ik schreef in maart 2012 het volgende over de antwoorden van de minister:
En nu komt een harde uitspraak, helaas, maar de minister liegt, of ze is beroerd slecht geïnformeerd (wat volgens mij net zo erg is). Waarom? In het afgelopen jaar hebben meerdere grote schoolbesturen besloten om willens en wetens over te stappen op Magister en daardoor tienduizenden leerlingen te dwingen zich te committeren aan gesloten standaarden en gesloten webtechnologie. Daar is geen ‘pas toe, of leg uit’ aan te pas gekomen. Daar heeft geen praten, stimuleren of boekjes publiceren een jota aan veranderd. De minister moet niet met Schoolmaster gaan praten. Indien een bedrijf te stom is om te snappen wat het vigerende overheidsbeleid in haar markt is, verdient het niet beter dan dat het op een vrije markt gemarginaliseerd wordt. De minister moet praten met het onderwijsveld en schoolbestuurders duidelijk maken wat het open standaardenbeleid is, dat het afgelopen moet zijn met het wegsmijten van publieke middelen aan producten die niet in lijn zijn met dat beleid. Maar MinOCW vertrouwt op ‘high trust’, net als alle andere overheden, en daarom moeten we concluderen dat tien jaar na de motie Vendrik en vier jaar Nederland Open in Verbinding er nog zo verrekt weinig is bereikt.
De minister van Onderwijs heeft het NOiV-beleid niet verankerd voor de onderwijssector
De zin: “De minister moet praten met het onderwijsveld en schoolbestuurders duidelijk maken wat het open standaardenbeleid is, dat het afgelopen moet zijn met het wegsmijten van publieke middelen aan producten die niet in lijn zijn met dat beleid” krijgt een interessante onderbouwing in het proefschrift. Paapst heeft onderzocht hoe het NOiV-beleid verder is verankerd door de lagere overheden, zelfstandige bestuursorganen en andere sectoren binnen de publieke sector. De bevinding voor het onderwijs is, simpel gezegd: niets!
Met de ZBO’s en de sectoren onderwijs, zorg en sociale zekerheid zijn door de verantwoordelijke vakministers ondanks de aanzet daartoe in het actieplan, geen akkoorden of afspraken gemaakt inzake de hantering van het comply or explain- principe. Daarmee heeft deze beleidsuitspraak ook in dit geval slechts de status van beleidsmatige richtlijn en kunnen de ZBO’s en de sectoren deze naast zich neer leggen.
Paapst laat vervolgens wel zien dat sinds 2003 stappen zijn gezet ter bevordering van leveranciersonafhankelijkheid en interoperabiliteit, onder andere via het in 2006 opgerichte Kennisnet. In 2003 stond in het beleidsplan “Leren met ICT” dat de tools voor de ontwikkeling van lesprogramma’s een open source licentie moesten kennen en voldoen aan open standaarden. Bij deze uitspraak is het verder gebleven.
In 2007 hebben het Forum en het College Standaardisatie een verkenning laten uitvoeren naar wenselijke acties ter bevordering van interoperabiliteit in het onderwijs.405 Daarin wordt geconstateerd dat individuele onderwijsinstellingen en de sectororganisaties niet of nauwelijks aandacht schenken aan interoperabiliteit. De conclusie van de verkenning is dan ook dat er in het onderwijs onvoldoende kennis is van het belang van interoperabiliteit bij het oplossen van maatschappelijke en gemeenschappelijke vraagstukken. Het ministerie van onderwijs wordt aanbevolen om te komen tot een goede inrichting van regie en besturing van interoperabiliteit. Het ministerie van Onderwijs is zelf echter van mening dat het maken van meer dwingende afspraken juist niet past in de sturingsrelatie die de overheid met onderwijsinstellingen heeft.
En bij dit laatste is het dus tot op de dag van vandaag gebleven. Het programmabureau NOiV en Kennisnet deden nog wel wat aan stimuleren, maar doorpakken was er niet bij.
De Tweede Kamer is vier maal verkeerd of misleidend geïnformeerd over het NOiV-beleid
Met de constatering dat de minister van Onderwijs in maart 2012 de Tweede Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over het open standaardenbeleid komt de teller op vier. In de bijdrage “Is meten echt weten?” concludeerde ik al dat de staatssecretarissen van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken bij drie gelegenheden de Tweede Kamer onjuist hadden geïnformeerd over de uitvoering en voortgang van het NOiV-beleid. Daarmee is het beeld ontstaan dat de regering de Tweede Kamer consequent de juiste informatie heeft onthouden waarmee de kamer een overwogen oordeel had kunnen vellen over de effectiviteit van de uitvoering van de motie Vendrik. Met de juiste informatie in de hand had de Tweede Kamer kunnen, moeten besluiten tot maatregelen met meer doorzettingsmacht.
Het onderzoek van Mathieu Paapst toont aan welke tekortkomingen het aanbestedingsbeleid heeft en op welke wijze deze tekortkomingen een gezond open standaardenbeleid in de weg staat. Eerder onderzoek van Tineke Egyedi en Bert Enserink, van de TU Delft, heeft aangetoond hoe beroerd het rapport van Algemene Rekenkamer was over het open standaarden- en open sourcebeleid. Zowel Paapst als Egyedi/Enserink reiken handvatten aan voor een gezond open standaardenbeleid, niet als open source evangelisten die op een digitale barrière staan, maar als wetenschappers van naam.






We zien het telkens weer, ook vanuit de telecom markt wordt de onderwijssector bestookt met goedkope licenties voor Microsoft Lync ten nadele van andere marktpartijen die niet meekunnen met hun telecomproducten en de prijs omdat Microsoft dit product onder de prijs dumpt.
Niet alleen op IT gebied is de onderwijs sector ziek. Megalomane fusies, overbetaalde bestuurders, onderbetaald lerarenkorps, geen visie op het onderwijs zelf. Enkel prestatielijstjes via de citotoets zijn belangrijk. Sir Ken Robertson geeft tijdens een TED conferentie een aardige kijk op educatie http://tinyurl.com/24qxfl4