Het is veel leuker een artikel of boek te schrijven over de praktische kant van vrije en open source software. Ter voorbereiding van de NLUUG conferentie ‘Het Open Web’ heb ik net de paper van Henk Kloepping gelezen. Henk gaat een presentatie geven over de Yubikey. Ook lekker om te lezen. Niet makkelijk, maar realistisch, praktisch en simpelweg fascinerend.

Eerder vandaag kreeg een nieuwe column gestalte, een column over -opnieuw- het programmabureau NOiV. Er staat weer een rijtje grieven in. Best vreemd, er werken goede mensen bij het bureau maar het lijkt alsof die onvoldoende ruimte krijgen hun werkgever op het juiste spoor te zetten.

Vandaag was het Softwarefreedom Day, een dag om stil te staan bij de waarde van vrije en open source software. Dat heb ik dan ook maar gedaan want FOSS heeft heel wat in mijn leven veranderd. Het valt niet te beschrijven hoeveel ik heb geleerd over software en hardware. FOSS opende de deur naar een nieuwe wereld waar open, delen en transparantie centraal staan. In de loop der jaren heb boeiende nieuwe mensen leren kennen. En het heeft een nieuwe carriere opgeleverd.

Eind mei 2009 verscheen het laatste artikel op Livre. Livre zorgde dagelijks voor nieuws over open source, open standaarden en alles wat maar aan het open domein was gerelateerd. Er was een keur aan gastschrijvers die regelmatig hun licht lieten schijnen over kwesties, en daarbij soms een stevig debat opriepen. Terugkijkend krijg ik nog meer bewondering voor Frits de Jong. Het is echt een klus om dagelijks meerdere berichten te selecteren, te schrijven en daarnaast gastschrijvers te benaderen en hen te herinneren aan gemaakte afspraken. En dat zonder er voor betaald te worden. Frits is bezig met een nieuw platform, Innof, gericht op duurzaamheid en dat ziet er weer prima uit. Ik heb met veel plezier aan Livre meegewerkt en de afgelopen periode heb ik van meerdere kanten gehoord hoezeer men Livre heeft gewaardeerd. Het nieuwskanaal wordt node gemist.

Maar dit wil niet zeggen dat het nieuws in het open domein niet wordt gevolgd en gepubliceerd. Toegegeven, een dagelijkse berichtgeving zoals Livre die bood is er (nog) niet. Ik zie links en rechts wel wat initiatieven, maar om dag in, dag uit de nieuwsbronnen langs te lopen en verhalen te schrijven, dat is niet voor iedereen weggelegd. Er verschijnen wel dagelijkse overzichten van nieuws in het open domein.

Joost Geraets geeft dagelijks een overzicht van Nederlandstalige nieuwsberichten over open source, open standaarden en gerelateerde onderwerpen. Hou je OpenNieuws.nl bij, dan heb je een vrijwel compleet overzicht van wat er online over open in Nederland is gepubliceerd.

Zelf zorg ik voor een dagelijks overzicht van Nederlands en internationaal nieuws op het gebied van Linux, open source, open standaarden, alles wat maar open mag gaan en digitale burgerrechten. Dat doe ik voor het nieuwe platform Transparante Zaken. Het nieuws is op verschillende manieren te volgen:

Het Wekelijks Ambtsbericht is even met vakantie, maar komt in de derde week van augustus weer terug.

Zo tussen OpenNieuws en Transparante Zaken dekken we het belangrijkste nieuws dus behoorlijk af. Toegegeven, het is een kwestie van doorklikken in beide overzichten. Maar dit is nog altijd sneller dan zelf de honderden nieuwsbronnen voor dit domein in de gaten houden. Twee overzichten, en binnen een kwartiertje ben je weer helemaal bij.

Ongeveer een jaar geleden vroeg Frits de Jong aan mij wat ik met mijn schrijfwerk wilde bereiken. Een duidelijk antwoord kon ik toen niet geven. De eerste druk van Probleemloos overstappen op Linux bleek goed te verkopen, met de uitgever waren afspraken gemaakt voor de tweede druk en een praktische inleiding in het domein van open source software en open standaarden, de werkgroep Onderwijs van Holland Open was begonnen aan het lesboek open source en open standaarden en ik was nog druk bezig mijn draai te vinden als redacteur van Livre. Voor mij moest 2008 het jaar van de investering worden, om te zien wat er allemaal mogelijk was. En er was veel mogelijk.

Ik heb genoten van de verschillende activiteiten en van de samenwerking met verschillende mensen. Frits en ik hebben intensief samengewerkt, zowel bij Livre als bij de Basiscursus Ubuntu. Ik kijk met veel plezier terug op de samenwerking met Gijs van der Poel bij het schrijven van de tweede druk van Probleemloos overstappen op Linux.  De werkzaamheden voor Media Update waren boeiend en blikveldverruimend en bij het realiseren van het Open Source Jaarboek 2008-2009 heb ik meer geleerd over de rol van redacteur, onder de hoede van Hans Sleurink die ik als een gedreven en gepassioneerde vakman heb leren kennen. Jos Herni, die ik heb leren kennen bij het werken aan de eerste uitgave van Probleemloos overstappen, is een verwante geest in het open domein die mij alle ruimte gaf als columnist op Digiplace. Via hen heb ik weer tal van nieuwe mensen ontmoet.

En toen was het boek Open source en open standaarden. Voor niets gaat de zon op? klaar. Voor het eerst in een lang jaar was er geen nieuwe deadline, geen nieuw project.  Het werd een tijd van rust, bezinning en het op me af laten komen van nieuwe mogelijkheden.  Die mogelijkheden kwamen er, zoals een uitnodiging om een Engelstalig boek te schrijven, maar ook tal van gesprekken over de bestaande boeken, over nieuwe boeken en andere mogelijkheden.  In deze periode besloot Frits zijn werkzaamheden bij Livre te beëindigen en zich volledig te gaan richten op een nieuw platform, Innof, gericht op duurzaamheid. Livre werd mijn verantwoordelijkheid en in de afgelopen maanden kwam ik midden in twee grote verhalen terecht: de campagne van Brenno de Winter om -samen met Vrijschrift- via een WOB-verzoek bij alle Nederlandse gemeenten inzage te krijgen in hun beleid inzake open source en open standaarden en het besloten overleg van een aantal vrije en open source organisaties met het programmabureau Nederland Open in Verbinding.  Twee verhalen waarover het laatste woord nog niet is gezegd en geschreven, maar die mij nauwer in contact hebben gebracht met Brenno, een bevlogen journalist met een passie voor openheid en transparantie.

En langzaam maar zeker kwam er eindelijk een antwoord op de vraag die Frits een jaar geleden stelde, een definitief antwoord dat gestalte kreeg bij het schrijven van een artikel voor BSD Magazine. In de kern wil ik terug naar het schrijven van artikelen over het werken met en overstappen naar open source software, op een positieve en constructieve manier, praktisch en pragmatisch, en op die manier handvatten biedend aan nieuwe gebruikers van open source software. Daarnaast wil ik midden in het debat staan, zoals via mijn columns op Digiplace, maar ook via het duiden en becommentariëren van trends en ontwikkelingen in het open domein. Hier hoort ook onderzoek bij, het graven en spitten naar informatie die verborgen wordt gehouden, kortom onderzoeksjournalistiek in het open domein. Onafhankelijk, open en transparant.

Livre is een nieuwsplatform met alle ruimte voor debat, maar als redacteur werd en wordt van mij verwacht dat ik verslag doe van actuele ontwikkelingen. Opinie, kritiek en debat moeten worden overgelaten aan onze columnisten en gastschrijvers, en onze lezers. Livre heeft daarmee een belangrijke rol in het open domein gehad en ik ben blij daar een bijdrage aan geleverd te hebben. Maar tussen wat ik wil en wat Livre is en moet zijn is het verschil te groot (met uitzondering van de onderzoeksverhalen), en een deel van het antwoord, het moeilijkste deel is het besluit om mijn werkzaamheden als redacteur bij Livre te beëindigen. Moeilijk omdat ik weet dat er op dit moment geen vervangende redacteur beschikbaar is die het werk kan voortzetten. Vandaag verschijnt op Livre dan ook het bericht dat op 29 mei het laatste artikel zal verschijnen.

Voor mij breekt de tijd aan om de nieuwe wegen in te slaan. Binnenkort wordt meer bekend over een nieuw platform waar Brenno de Winter en ik onze samenwerking gaan verdiepen. Het zal geen verrassing zijn dat op het nieuwe platform openheid en transparantie centraal staan. Ik ga werken aan een nieuwe serie praktische artikelen en ga aan de slag met mijn eerste Engelstalige boek. En er komt nog meer aan, maar dat is voor een volgende bijdrage.

We maken ons over veel zaken erg druk in de vrije en open source wereld. Zijn het niet de klassieke vraagstukken van vi of emacs, KDE of GNOME, dan zijn het wel de overheden en bedrijven die halfzachtig met hun vrije en open initiatieven lijken om te gaan. Wij trekken ons regelmatig de haren uit als we geconfronteerd worden met doelbewuste FUD of -niet minder erg- naïef onbenul van de zijde van mensen die toch beter zouden moeten weten. Wij, de voorhoede van enthousiaste en betrokken gebruikers van vrije en open source software, degenen die met de innovatieve computertechnologie van morgen bezig zijn, mogen bij al onze irritatie en boosheid een ding nooit vergeten, ons plezier.

Dee meesten van ons houden van onze computers en de vrije en open technologie omdat het ons maximale ruimte geeft om te spelen, te experimenteren, om nieuwe terreinen te verkennen, nieuwe vaardigheden te leren. Of nu de technologie zelf leidinggevend is of dieper liggende morele overwegingen van vrijheid doet er op momenten minder toe. Nieuw speelgoed is nieuw speelgoed. De nieuwe G1 Android -telefoon van Google, de nieuwste Linux-distributie of, in mijn geval, de op Debian gebaseerde Bubba 2 mini-server. Waarom pakken we deze uitdagingen iedere keer weer op? Waarom trekken we ons nieuwe speelgoed uit elkaar om het te kunnen doorgronden, wetend dat de frustraties toch op de loer liggen? ‘Because it’s there’. Omdat het kan.

Linus Torvalds concludeert in ‘Gewoon voor de fun’ dat Linux voor de meesten de intellectuele uitdaging en een belangrijke sociale motivatie weet te verenigen. Wereldwijd zijn mensen met elkaar verbonden die simpelweg plezier hebben met Linux en met elkaar. Hij denkt dan ook dat een buitenaards wezen dat op aarde terecht komt niet zal zeggen: ‘Breng me naar je leider’, maar: ‘Lekker feest, maatje’.  Geen wereldschokkende wijsheid, maar wel een aanmoediging om ons fundamentele plezier nooit uit het oog te verliezen.

Ik ben maar even gaan zitten om de nieuwe column voor Digiplace te schrijven. Mijn ideeën over de aandachtspunten voor de promotie van open source en open standaarden in Nederland staan weer even op papier.  De hele tekst is: Continue reading »

Het borrelt in de grijze massa. Zo langzamerhand ontstaan er nieuwe ideeën over hoe het verder kan met de promotie van open source en open standaarden in Nederland. De lijnen zijn:
(1) Het zorgdragen voor en bewaken van een ‘level playing field’ bij aanbestedingen;
(2) Het smeden van samenwerkingsverbanden van kleinere open dienstverleners;
(3) Het loskoppelen van ‘corporate’ en politieke open source promotie van de algemene belangenbehartiging;
(4) Het vergroten en verstevigen van de betrokkenheid van eindgebruikersgemeenschappen;
(5) Het realiseren van een onafhankelijk, meer wetenschappelijk ingevuld adviesorgaan.

Jan Stedehouder Bijdragen beschikbaar onder de Creative Commons BY-NA-SA licentie, tenzij anders aangegeven. Rode, blauwe en groene pictogrammen door Ken Saunders onder Creative Commons Attribution-ShareAlike 2.5 Licentie. Suffusion WordPress theme by Sayontan Sinha

Switch to our mobile site