Firefox is al geruime tijd mijn standaard webbrowser, zowel thuis als op het werk (met dank aan PortableApps). Jolicloud, draaiend op mijn netbook (Asus 1005P), heeft voor Chromium (het open broertje/zusje van Google Chrome) gekozen. Tal van webapplicaties worden geladen met Chromium en dat bevalt goed. In vergelijking met Firefox is de laadtijd veel korter. De kracht van Firefox was/is natuurlijk ook de enorme hoeveelheid addons. Voor Chrome/Chromium neemt het aantal addons toe. Het viel me op dat ik nu een aantal uitbreidingen heb geïnstalleerd waarbij het niet nodig was de browser opnieuw op te starten.

Scribefire was zo’n uitbreiding. De afgelopen dagen ben ik aan het spelen gegaan met programma’s voor het schrijven en bewerken van blogberichten. Het eerste artikel ging over BloGTK 2.0, vandaag was Scribefire onder Chromium aan de beurt.

Continue reading »

This entry is part 7 of 7 in the series Open Barrières

De nieuwe zoekmachine DuckDuckGo werd deze week gelanceerd met als belangrijkste punt: gebouwd op open source software. Catharina Bethlehem (@kletskous op Twitter) ging direct op zoek naar de broncode van de zoekmachine, maar die was niet beschikbaar. Dat maakt het ook lastig om de privacyclaims te verifiëren. Joost Geraets nam maar gelijk contact op met Gabriel Weinberg, de ontwikkelaar.

Gabriel maakte duidelijk dat DuckDuckGo zelf geen open source programma is, maar dat onderdelen op termijn wel open source gemaakt zullen worden. De intentie is natuurlijk mooi, maar een beetje verduidelijking was wel welkom.

Joost vroeg vervolgens door op het gebied van privacy. Het antwoord is zeker positief te noemen. Gabriel wil de gebruikers overtuigen van de goede intenties en staat open voor een onafhankelijke audit.

We hebben de ontwikkelaar ook een ander idee aangereikt. Als je toch gebruik maakt van vrije en open source software, en daar een commerciële onderneming op gaat bouwen, waarom dan niet iets terug geven. Als het geen code kan zijn, waarom dan niet gelijk een vast percentage van de omzet of winst. Dat idee werd ook maar gelijk bij Gabriel neer gelegd. Zijn antwoord:

Oh. Wow I just read this after independently thinking this very thought this morning. Actually I was thinking 10%, of which 25% would be the ones ddg uses and 75% directed to foss projects determined by the users. How do those numbers strike you?

Als ik dit zo lees, dan mag DuckDuckGo nog groter worden dan Google. Dit is precies in lijn met een artikel dat ik recent heb geschreven: ‘Hoe kan ik bijdragen’. Wat mij betreft zou dit een standaard moeten zijn voor bedrijven en overheden die wel van vrije en open source gebruik willen en kunnen maken, maar niet direct op een andere manier kunnen bijdragen.

Leuk, om zo samen te werken met Catharina en Joost. And congrats to Gabriel, for being open. :D

Als het gaat om programma’s voor het schrijven van blogberichten op de desktop is het toch wat mager. Voor Windows blijft het Windows Live Writer voor mij een winnaar (onderdeel van Windows Live Essentials). Op een Linux desktop gaat de hoofdprijs naar Blogilo, voorheen Bilbo Blogger. Blogilo is goed genoeg geworden om deel uit te maken van het officiële KDE-project. Een derde mogelijkheid waar ik enthousiast over ben is de Scribefire plugin voor Firefox.

Een ander programma is BloGTK. Het kwam weer op mijn radar door een berichtje dat versie 2.0 beschikbaar was voor Ubuntu Lucid Lynx. Nu draai ik op mijn netbook Jolicloud pre-final en dat is gebaseerd op Jaunty Jackalope. Zo te zien is daar geen .deb voor, maar het gebruiken van de tarball (.tgz) en het volgen van de installatieinstructies waren voldoende.

Voor dit bericht ben ik gelijk met BloGTK 2.0 aan de slag gegaan, want al werkend merk je het snelst of het voldoet of niet.

Deze webstek is gebaseerd op WordPress, een open source CMS dat door BloGTK herkend zou moeten worden. De optie om de instellingen automatisch te laten herkennen zorgde direct voor een crash. Het handmatig invoeren van de juiste en complete URL naar het xmlrpc.php bestand bleek noodzakelijk. De eerder genoemde programma’s doen dat een stuk beter, want daar is het invoeren van de domeinnaam (eventueel met subdomein) voldoende. Je kan kiezen hoeveel blogposts binnen worden gehaald en dat werkt prima. Tot op zekere hoogte.

BloGTK is geen WYSIWYG-editor. Je moet zelf de noodzakelijke HTML-code invoeren. De bescheiden knoppenbalk helpt je wel met eenvoudige opmaak (vet, schuingedrukt, uitlijnen, paragrafen, opsomming en nummering), maar niet met het toevoegen van een URL of afbeelding.

Bij het aanmaken van een nieuw bericht worden de categorieën goed zichtbaar. Geen problemen op dat punt. BloGTK is daarmee een prima programma voor het maken van snelle, eenvoudige blogberichten. Maar ook niet meer dan dat. Ik kan me bijna geen online artikelen voorstellen zonder hyperlinks. Om die toe te voegen moet je al gelijk over HTML-kennis beschikken.

BloGTK is geen nieuw programma, het is al sinds 2003 in ontwikkeling. Het biedt ondersteuning voor meerdere blogplatforms. Je kunt meerdere webstekken aan het programma toevoegen en dat is ook een forse verbetering. Het lijkt derhalve een bewuste keuze om de ontbrekende features niet toe te voegen.

Ben je een ervaren HTML-hacker en zoek je een programma voor het schrijven van blogberichten waarbij je wel maximale controle hebt op de code maar je geen zorgen hoeft te maken over de koppeling met je webstek, dan is BloGTK 2.0 aan te raden. Voor bloggers die zich meer op de inhoud dan code willen concentreren zijn er betere programma’s beschikbaar.

Links:

Blogilo: http://blogilo.gnufolks.org/

Windows Live Writer: http://explore.live.com/windows-live-essentials

Scribefire: http://www.scribefire.com/

Hoeveel verenigingen kent Nederland wel niet? Het moeten er duizenden zijn. En al die verenigingen hebben leden, en al die leden moeten in een ledenadministratie worden bijgehouden.  Zijn daar mogelijkheden voor meer en beter gebruik van open source software? Eerlijk gezegd stond ik daar nooit echt bij stil, maar vorige week kwam de volgende vraag van Henk van Veen bij me binnen (terzijde: alle geciteerde tekst is geredigeerd):

Ik gebruik voor enkele verenigingen de database van MS Works 4.5. Is iets dergelijks ook mogelijk binnen OpenOffice.org? De database van OpenOffice.org heb ik al geprobeerd, maar dat is voor veel verenigingen te moeilijk en bevat functies die niet nodig zijn. Works 4.5 is zeer geschikt voor kleine verenigingen tot ongeveer 500 leden.

Henk is 73 jaar en -zoals hij aangeeft- ‘nog volop in de running’. MS Works 4.5 voldoet prima, maar het programma is inmiddels op leeftijd en draait niet meer op computers met Windows Vista of Windows 7. De meerwaarde van Works 4.5 is de hechte integratie tussen de database en de tekstverwerker.

Ik heb meerdere databaseprogramma’s uitgeprobeerd, maar Works 4.5 bleek het meest functioneel. Het is mogelijk om werkelijk iedere brief, etiket, envelop, acceptgiro of wat maar ook in elkaar te draaien met elk gewenst (gefilterd of gemarkeerd) adres of gegeven.

Henk is te spreken over de sorteermogelijkheden, het gemak waarmee velden toegevoegd of verwijderd kunnen worden, de filteropties (welke hij krachtiger vindt dan die in Excel). Nadelen zijn er ook. MS Works 4.5 heeft geen verticale lineaal, er zijn beperkingen rond het afdrukken en in een veld kan niet worden opgeteld. Meer recente versies van MS Works missen weer de functies waar Henk tevreden over is.

Joost Geraets stuurde via Twitter een link naar de mogelijkheden die OpenOffice.org zou moeten bieden. De Duitstalige artikel, uit 2008, verwijst naar sjablonen die ik in OpenOffice.org 3.x niet terug heb kunnen vinden.  Op deze site heeft iemand gekeken naar de mogelijkheden voor een ledenadministratie van een kerk in OpenOffice.org. Met deze twee verwijzingen lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat het mogelijk moet zijn.

Waar zijn we dus naar op zoek:

  1. een open source desktop programma voor een of meerdere ledenadministraties,
  2. het programma moet een handige database zijn, welke zowel direct als via een goed te begrijpen grafische inteface te gebruiken is (gegevens toevoegen, wijzigen en verwijderen),
  3. de database moet voor niet-technisch onderlegde gebruikers eenvoudig te koppelen zijn aan een tekstverwerker, voor het afdrukken van brieven, lijsten, etiketten, enveloppen, acceptgirokaarten en andere documenten die op dat moment nodig worden geacht,
  4. de gegevens in de database moeten snel en eenvoudig gefilterd kunnen worden (zonder dat er een cursus databasebeheerder voor nodig is).

Qua gegevens praten we over NAW-gegevens met wat aanvullende kenmerken.

Zodra ik wat meer tijd heb, ga ik eens even kijken naar de mogelijkheden van OpenOffice.org. De vraag is of jullie mee willen zoeken naar het juiste programma. Hebben jullie zelf vragen, stel ze dan gerust. Mocht je de jeuk voelen om iets willen maken dat nuttig en waardevol is voor al die verenigingen…. Graag!

In het komende Open Source Jaarboek 2009-2010 komt een artikel over open source op de Nederlandse Antillen. Ace Suares van Open Curaçao is zo vriendelijk mee te denken en mee te werken aan de totstandkoming van het artikel. Via co-ment is een werkdocument online gezet waar de bouwstenen voor het stuk worden verzameld. Co-ment is prima geschikt voor het schrijven en becommentariëren van teksten, en je kunt het document ook nog eens embedden op de eigen site.

Voel je vrij om mee te denken en te stoeien met de tekst.

De eerste editie van de Open Trends nieuwsbrief is in OpenOffice.org gemaakt. Dat was/is snel 7te doen, maar het eindresultaat mist toch een bepaalde afwerking. Op een open source werkplek is makkelijk een goed alternatief te vinden dat kan zorgen voor een goed opgebouwd document, Scribus. Scribus is een open source desktop publishing programma.

Dit weekend ben ik met Scribus aan het stoeien geweest. Ondertussen kan ik de juiste velden aanmaken en afbeeldingen, teksten en hyperlinks toevoegen. Die links zijn nog het meest lastig want het is geen kwestie van tekst selecteren en er een linkje aan toevoegen. Zo te zien staat Scribus dat niet toe en moet ik nu een soort ‘placeholder’ aanmaken voor de hyperlink.
Inmiddels heb ik besloten om de volgende nieuwsbrief volledig in Scribus op te maken. Al spelend ontwikkel ik een werkwijze waarbij ik de langere artikelen in OpenOffice.org schrijf (en vervolgens importeer in het Scribus document) en voor kortere artikelen de ingebouwde editor van het DTP programma gebruik. Dat is redelijk te doen. Het duurt nu wel wat langer dan de bedoeling was, maar ik ga er maar van uit dat het per editie beter en sneller gaat. En het ziet er wel mooi uit nu.

Deze week worden de nieuwsberichten van de Transparante Zaken Knipseldienst en de Open Trends weekoverzichten in een nieuw jasje gegoten. De dagelijkse stroom berichten van de knipseldienst komt te vervallen en het weekoverzicht komt wat uitgebreider terug.  In het voorjaar 2009 ben ik gestopt met Livre om zodoende meer ruimte te hebben voor het volgen van het nieuws in het open domein op afstand. De knipseldienst was een mogelijk alternatief maar had een paar nadelen. Er ging per dag relatief veel tijd in zitten (denk aan 1,5 a 2 uur), leverde een afgebakende brei berichten op, maar zonder een verdere duiding of context. Het bijhouden van de knipseldienst én het schrijven van de weekoverzichten was ook niet vol te houden. Links en rechts hoor ik wel dat een nieuwsbron als Livre node wordt gemist en dat vertaal ik maar even als een behoefte aan geselecteerde nieuwsberichten uit het open domein, vertaald in het Nederlands  en met een stukje extra substantie.
Na enig nadenken heb ik besloten de knipseldienst te laten voor wat het is en in te zetten op een Open Trends nieuwsbrief. Daarbij heb ik mij laten inspireren door de nieuwsbrief die Media Update een aantal maal per week uitbrengt. Media Update heeft uiteraard een bredere focus dan Open Trends zal krijgen.  Open Trends selecteert nieuwsberichten en opinies rond open source software, open standaarden, open access, open content, open innovatie, nou ja, alles wat in vrij en open om gaat. Bij die berichten kijk ik naar het snijvlak van de techniek, overheden, organisaties en mensen, de processen die spelen rond de ontwikkeling, het gebruik en de implementatie van open kennis, informatie en technologie.
De nieuwsbrief komt in beginsel wekelijks beschikbaar als PDF download met een aantal berichten die op OpenSourceLearning worden geplaatst. Hoe de frequentie en publicatiedata zich verder gaan ontwikkelen moet de tijd uitwijzen. Ondertussen speel ik nog verder met de vormgeving. Dit is het voorlopige logo.

Recentelijk kon ik bij Capgemini een presentatie (xmind mindmap) geven over communicatie en samenwerking in vrije en open source projecten. Het was een goede gelegenheid mijn gedachten over geschikte communicatiemiddelen voor beginnende gebruikers van vrije en open source software verder vorm te geven. Mijn uitgangspunt is het concept van digitale geletterdheid en daarbij ben ik erg gecharmeerd van de omschrijving die de National Academy of Engineering hanteert. Op de Wikipedia vind je een soortgelijke omschrijving. Voor mijzelf heb ik het teruggebracht tot de vraag over welke vaardigheden, welk niveau van digitale geletterdheid moet een nieuwe gebruiker beschikken om zinvol gebruik te kunnen maken van de aangeboden tools voor communicatie en support? In de presentatie onderscheidde ik verschillende generaties gebruikers, ieder met eigen tools.

Open_LMS_3e_generatie

Ik wil me verder beperken tot vrije en open source gemeenschappen die zich richten op het bijeenbrengen, motiveren en ondersteunen van eindgebruikers (de derde generatie uit het schema). Mijns inziens zijn dat voornamelijk mensen die hun computer en de software gebruiken om taken te vervullen. Het zijn geen hobbyisten (al kan een deel van hun werk wel dat karakter hebben, bijvoorbeeld fotobewerking), ze zijn niet direct geïnteresseerd in wat er onder de motorkap gebeurd en zijn vooral blij als het allemaal gewoon werkt. 95% kans dat hun enige ervaring bestaat uit het werken met Windows, Microsoft Office en een collectie specifieke applicaties. Is dit een interessante doelgroep voor vrije en open source? Ik denk het wel want het zijn bijvoorbeeld de kopers van mijn boeken over Ubuntu. Hoe meer Linux en open source in de reguliere computertijdschriften terecht komt, des te vaker zullen gebruikers uit deze groep het sprongetje wagen. Daarnaast is het ook in Nederland een kwestie van tijd voordat we grootschalige migraties naar open source werkplekken gaan zien. En dan hebben we te maken met nieuwe gebruikers die daar in eerste instantie zeker niet zelf voor hebben gekozen.

Is er support voor deze nieuwe gebruikers?

Wij, als early adopters in de FOSS wereld, zijn erg enthousiast over onze communities. Enthousiaste, gedreven én deskundige vrijwilligers staan klaar om de nodige ondersteuning en uitleg te geven. De Ubuntu gemeenschap in Nederland is met 18.000 ingeschreven leden erg actief. We vinden daar een team dat erg hard werkt bij de ondersteuning, motivatie en promotie van Ubuntu. Bijna 2.900 ingeschrevenen heeft meer dan 10 berichten op het forum geplaatst. Dat is ongeveer 16% en daarmee steekt Ubuntu-NL gunstig af bij andere gemeenschappen die ik in de loop der jaren heb gezien. Op het forum staan ruim 514.000 berichten. De top tien van meest actieve gebruikers is samen goed voor bijna 98.000 berichten. De tien daaropvolgende gebruikers brengen gezamenlijk net geen 53.000 berichten in. Even omgerekend: 20 gebruikers zijn goed voor pakweg 34% van de ondersteuning. Er wordt hard gewerkt aan het actueel houden van de wiki, maar volgens mij is de bron waar het meest naar verwezen wordt de webpagina’s van het lid Pjotr.

Wat zeggen deze cijfers? Enerzijds onderschrijven ze de energie die FOSS-enthousiastelingen vrijwillig en kosteloos beschikbaar stellen voor het helpen van anderen. Ubuntu-NL heeft geen 18.000 potentiële vrijwilligers. Online mag je wellicht spreken over ongeveer 100 personen die snel en inhoudelijk adequaat kunnen en zullen reageren. Dat is een heel mooi aantal, er zijn bedrijven die zich in de handen wrijven met zulke getallen.

Ze laten mijns inziens ook wel de grenzen zien die met het huidige model van ondersteuning verbonden zijn. Een forum met 514.000 berichten is simpelweg onoverzichtelijk voor nieuwe gebruikers. Je loopt het risico dat eerder beantwoorde vragen keer op keer opnieuw gesteld gaan worden. Nieuwe gebruikers worden vriendelijk (gelukkig maar) gewezen op de zoekfunctie, en daar zit het volgende probleem. Relatief grote groepen nieuwe gebruikers beschikt niet over de nodige vaardigheden om van die functie gebruik te maken. Als ze al zoekresultaten weten te genereren, dan is het de vraag of ze uit de brij het juiste antwoord kunnen halen. Immers, alle berichten zijn voor de zoekfunctie gelijk, er is geen waardering van de kwaliteit van de geboden oplossing.

We verwijzen in zulke gevallen ook graag naar wikipagina’s en ook daar kunnen we waardering hebben voor het vele werk dat wordt verricht. Pagina’s worden aangemaakt, bediscussieerd, verbeterd en vervangen. Het nadeel is dat het internet (en dan heb ik het even over meer dan alleen Ubuntu-NL) vol staat met oude wikipagina’s, opgesteld voor oudere versies, met mooi uitgewerkte oplossingen maar compleet niet meer geschikt voor de versie waarmee onze nieuwe gebruiker aan de slag gaat. We mogen Google de schuld geven voor dit probleem. Als gemeenschap mag je de pagina’s wel verwijderen uit de menu’s en verwijzingen, de oorspronkelijke pagina’s laten we graag staan en duiken vervolgens op in de zoekresultaten. Dit probleem heeft een paar andere ‘schuldigen’, namelijk wijzelf (omdat we onvoldoende aangeven voor welke versie de oplossingen geschikt zijn en of een pagina niet langer actueel is) en de zoeker naar een oplossing (omdat deze onvoldoende specifieke zoektermen heeft ingegeven).

Begrijp me niet verkeerd, dit is geen kritiek op het harde werk van de gemeenschappen. Maar als ik kijk naar de derde generatie gebruikers dan trek ik al een tijdje de conclusie dat tools als wiki’s en forums een hoger niveau van digitale geletterdheid vereisen dan waarover de nieuwe groep gebruikers beschikt.

Zijn er alternatieven?

In hoofdlijnen denk ik dat het gebruik van learning management systemen (LMS) een prima oplossing is voor de behoeften van de derde generatie gebruikers. Met een LMS kun je gestructureerde lessen aanbieden in combinatie met interactie. Er zijn verschillende open source systemen beschikbaar, zoals Moodle, Dokeos en Sakai. Waarom zouden vrije en open source gemeenschappen met learning management systemen aan de slag moeten?

Zijn pagina’s als die van Pjotr niet afdoende? Mijn antwoord is ontkennend. Zijn pagina’s zijn volledig up-to-date en het is bijzonder te zien hoe snel hij dit voor elkaar krijgt bij iedere nieuwe vrijgave. En, ook niet onbelangrijk, zijn hulp is stap-voor-stap uitgewerkt en heeft dus een makkelijk te volgen structuur. De beperking zit ‘m in het gebrek aan mogelijke interactie, de leerling kan geen vragen stellen. Daarvoor moet deze weer naar het forum en komen de eerder genoemde bezwaren weer om de hoek kijken. Een LMS geeft meer mogelijkheden voor directe interactie binnen het platform. Door daar de juiste mensen aan vast te koppelen heb je gelijk een borging voor de kwaliteit van de antwoorden.

Het nadeel is wel dat ook een LMS een niveau van digitale geletterdheid vraagt bij de nieuwe gebruikers, maar dat is lager dan bij het gebruik van forums of wiki’s. Het idee van gestructureerde lessen is herkenbaar voor gebruikers en als wij de lessen goed genoeg inrichten wordt de drempel voor gebruik weer lager. Daarnaast kun je in een LMS prima lessen aanbieden voor gebruikers van verschillende niveaus.

manual_logoEen ander alternatief wordt bijvoorbeeld geboden door Manuals Fountain. Dit project is een initiatief van Marc Barteling Het uitgangspunt van Marc en Manuals Fountain is eenvoudig: de acceptatie van vrije en open source software wordt gehinderd door het ontbreken van goede instructiematerialen voor niet-technische gebruikers. Met zo’n uitgangspunt krijg je mij al snel enthousiast en als je dan vervolgens duidelijk maakt dat die instructiematerialen multimediaal zijn, gaan bij mij de handen op elkaar.

Manuals Fountain ontwikkelt hoogwaardige, online cursussen waarbij via videolessen uitleg wordt gegeven over het gebruik van open source software. Dat zijn gestructureerde lessen, met een herkenbaar lessenplan. Het initiatief is internationaal georiënteerd en dat betekent dat de cursussen in meerdere talen beschikbaar zijn/komen. Het gebruik van de lessen is niet gratis. Zo kost de training voor Mediawiki € 69,95 per jaar (ex BTW), waarbij je dan wel 10 gebruikers van het materiaal gebruik mag laten maken. Het is misschien even wennen voor de FOSS-wereld (‘gratis’ was toch het sleutelwoord? Nee dus), maar voor een normale zakelijke markt is dit uitermate aantrekkelijk.

Manuals Fountain is nu iets meer dan een half jaar in de lucht. Een deel van de winst wordt teruggeschonken aan de open source applicaties waar de online cursus betrekking op heeft.

manuals_banner_right

De combinatie van beide lijkt mij zeer geschikt bij de ondersteuning van migratietrajecten. Je kan al vroeg in het migratietraject een LMS site opzetten voor het eigen bedrijf en de lessen aanbieden aan de medewerkers. Een combinatie van praktische oefeningen (uit te voeren in virtuele machines bijvoorbeedl) gecombineerd met videolessen en interactie met medecursisten en goede docenten doet veel om knelpunten en weerstanden weg te nemen. Die lessen blijven beschikbaar voor toekomstige nieuwe medewerkers.

Een van de aanbiedingen die op mijn lijstje staan is de Ubuntu Desktop Course. Dit is een online training gericht op beginnende gebruikers. Ook deze cursus is niet gratis, maar 50 dollar is -met de huidige wisselkoers- ook niet echt een rib uit het lijf.

ubuntudesktopcourse

Interactieve hulp op de desktop

Het gebruik van LMS is een mooie stap voorwaarts. Het geeft gebruikers de kans in eigen tempo om te leren gaan met vrije en open source software. We kunnen het niveau van digitale geletterdheid gestructureerd opbouwen. Maar ook een LMS heeft nadelen. Dezelfde nadelen die het volgen van face-to-face trainingen heeft: de stof wordt binnen de cursus aangeboden, maar in veel gevallen zit er een gat tussen het aanleren van de vaardigheden en het daadwerkelijke gebruik ervan. “Hoe zat dat ook al weer?”, waarna de gebruiker op zoek kan naar lesboek, aantekeningen of de les in het LMS.

De ideale oplossing lijkt mij het aanbieden van de instructie op het moment dat de gebruiker dit nodig heeft en daarom vraagt. Maar dan moet je de hulpfunctie integreren in de grafische werkomgeving. Nu heb je al een tekstgebaseerde hulpfunctie maar die hulp is onvoldoende voor beginnende nieuwe gebruikers en biedt weinig interactie. Het zou mooi zijn als een gebruiker bij de eerste in gebruikname kan aangeven op hoeveel ervaring hij/zij heeft met de nieuwe werkplek (of later, voor het specifieke programma) en dat vervolgens de grafische interface wordt aangepast aan dat niveau. Een beginnende gebruiker van OpenOffice.org heeft wellicht geen behoefte om direct alle functies en opties te zien, maar het moet wel eenvoudig zijn om die zichtbaar te maken. De ideale desktop ‘denkt mee’, als een AI, herkent de groei in vaardigheden van de gebruiker en past vervolgens het aanbod van ondersteuning en uitgebreidere lessen aan. Die lessen zijn interactief, multimediaal en heel gericht op de taak waarmee de gebruiker bezig is. Nee, geen Clippy voor de open source werkplek maar een intelligent trainingshulpmiddel voor beginnende gebruikers.

In eerste instantie zal een nieuwe gebruiker minder effectief, minder snel zijn, maar voor bedrijven en organisaties heeft dit model bij migraties wel voordelen. Je bent geen groepen medewerkers kwijt aan meerdaagse trainingen, het vermindert de noodzaak van personele ondersteuning op de werkvloer en de aangeleerde vaardigheden worden gelijk gebruikt (waarmee ze langer blijven hangen).

De bovengenoemde ideale desktop is prima uit te breiden met personele ondersteuning. Daar wordt al hard aan gewerkt in het KDE project via het concept van de sociale desktop. Als bedrijf, organisatie of gemeenschap kun je groepen gebruikers aanwijzen die vanaf hun eigen werkplek vraaggericht antwoorden kunnen geven voor onderdelen die niet worden afgedekt door het intelligente trainingsprogramma. De al in ontwikkeling zijnde tools hebben veel weg van MSN/Skype en zijn herkenbaarder voor beginnende gebruikers dan bijvoorbeeld IRC.

Ten slotte

De intelligente, in de desktop geïntegreerde trainer is er nog niet. Maar vrije en open source gemeenschappen die zich richten op de ondersteuning van eindgebruikers doen er goed aan na te denken over het gebruik van learning management systemen. De deskundigheid is in huis, het is eerder een kwestie van andere vormgeving van het hulpaanbod. Doe dat goed en je vermindert de druk op de vrijwillige moderatoren in het forum en op het IRC kanaaal. Het maken van multimediale instructiefilmpjes is met de beschikbare vrije en open source tools niet ingewikkeld meer. Recentelijk heb ik nog een heel basaal setje filmpjes gemaakt voor het Go4Africa/Ubuntu-NL project. De sociale desktop is al volop in ontwikkeling en het zou mooi zijn als de gemeenschappen dat communicatiekanaal toevoegen aan hun bestaande aanbod. Dit zijn twee betrekkelijk eenvoudige stappen waarmee je als gemeenschap serieus bijdraagt aan het vereenvoudigen van de overstap naar open source werkplekken.

Ik heb al een paar keer de vraag gekregen wat een lezing of presentatie van mij kost. Dat was en is een lastige vraag. Ik heb er nooit veel gedachten aan gewijd. In mijn achterhoofd zit het besef dat wereldwijd talloze ontwikkelaars mooie vrije en open source software ontwikkelen, in veel gevallen zonder financiële tegenprestatie. Wie ben ik dan dat ik geld ga vragen voor vertellen over de voordelen van hun werk? Daarnaast wordt de meerderheid van de lezingen, prestaties en workshops gegeven voor organisaties en groepen die blij zijn dat ze kosteloos of heel goedkoop aan een ruimte kunnen komen. Het beginsel: ‘Gij hebt om niet ontvangen, geeft om niet’ speelt bij mij een belangrijke rol. Aan de andere kant lopen de kosten bij mij wel op en zijn er partijen het heel normaal vinden te betalen voor een lezing of presentatie. Daar moet toch iets mee te doen zijn?

Tarief 2010

Kort gezegd, vanaf 1 januari 2010 zal ik inderdaad tarieven gaan hanteren voor bedrijven, overheden en organisaties die mij willen inhuren voor een lezing, presentatie of workshop over open source en open standaarden. Wat onder bedrijven en overheden wordt verstaan spreekt voor zich. Bij organisaties denk ik in dit verband aan de grotere non-profit organisaties die wel over budgetten beschikken voor training en scholing, of wat dies meer zij. De tariefstructuur is vrij simpel, ik hanteer een uurtarief van € 75,–. Gaat het om een bestaande lezing, presentatie of workshop, dan wordt de reistijd en uitvoeringstijd in rekening gebracht. Gaat het om maatwerk, dan volgt een offerte.

Wat ga je met dat geld doen?

Zoals de titel van het artikel aangeeft ga ik het weer gebruiken voor de promotie en ondersteuning van vrije en open source software en open standaarden. Op de eerste plaats wordt het geld gebruikt om mijn reiskosten (vastgestelde kilometertarief) te betalen voor lezingen, presentaties of workshops bij de gebruikersgroepen en kleine non-profit organisaties (en eventuele andere kosten die ik in dat verband moet maken). Daarnaast wil de Belastingdienst een deel van dat inkomen graag op de eigen rekening ontvangen. Het resterende bedrag wordt gebruikt ter stimulering van vrije en open source software.

Kun je dat wat inzichtelijker maken?

Jawel. Ik denk aan de volgende vormen van stimulering:

  • Het direct betalen van een of meerdere ontwikkelaars voor het bouwen van specifieke functionaliteit in vrije en open source software. De Rosa Boekdrukkerschool heeft dat ook gedaan en het werkt prima.
  • Het geven van financiële bijdragen aan verschillende vrije en open source projecten.

Het moet allemaal open en transparant worden afgewikkeld en ik streef naar een betrokkenheid van de vrije en open source gemeenschap om de kandidaten voor beide vormen van stimulering te selecteren. Op OpenSourceLearning komt een overzicht van de inkomsten, van wie ze zijn ontvangen, de kosten die ik heb moeten maken en waar het geld uiteindelijk terecht is gekomen.

Zitten er grenzen aan deze regeling?

Het bovenstaande is geldend tot en met 31 december 2010. Daarna zal ik het geheel evalueren en zien wat in 2011 de regeling wordt. Mijn inkomsten uit de verkoop van mijn boeken of een eventuele inhuur voor trainingen vallen niet onder deze regeling. Voor het overige worden de nettoverdiensten van lezingen, presentaties of workshops gebruikt voor het stimuleren van de ontwikkeling van vrije en open source software. Ongeacht hoe hoog dat bedrag in 2010 zal worden. Dus als Microsoft mij in wil huren voor een lezing met de titel: “Windows 8 onder de GPL v3, mag dat?” en daar € 25.000,– voor wil betalen, dan wordt het heel gezellig bij heel wat projecten.

Ten slotte

Op deze manier hoop ik nog lang door te kunnen gaan met het promoten van open source en open standaarden en tegelijkertijd iets terug te doen richting de ontwikkelaars aan wie we de software in de eerste plaats te danken hebben. We moeten maar even zien wat 2010 in dit opzicht laat zien.

Tja, dit was de titel van een column waar ik al een paar dagen op aan het broeden was. Ik bedoel, het zal toch maar weinigen zijn ontgaan dat ik deze periode een kritische volger van het programmabureau Nederland Open in Verbinding ben, dat ik graag zie dat de betrokkenheid van de vrije en open source gemeenschap wat beter en transparanter wordt georganiseerd en daar ook nog wel wat suggesties voor heb. Om weer een stukje openheid te realiseren ben ik wat vragen gaan stellen over de follow-up rond het overleg dat staatssecretaris Heemskerk met een aantal vrije en open source organisaties heeft gehad. Immers, in het verslag (PDF) van dat overleg (7 mei 2009) stonden de volgende afspraken:

Na de toelichtingen op de ideeën wordt afgesproken om in september weer een bijeenkomst te organiseren. Voor de zomer zal programmabureau NOiV laten weten met welke ideeën nog dit jaar een start gemaakt kan worden binnen het NOiV programma 2009. Sommige ideeën passen beter binnen Digivaardig & Digibewust. In dat geval zal het programmabureau contact leggen met ECP. In de vergadering van september wordt een kort statusrapport per project met de staatssecretaris besproken.

Het leven is geen sprookje

Sprookjes hebben weinig met de realiteit te maken en de realiteit eindigt niet vaak met: “Ze leefden nog lang en gelukkig”. In de journalistieke werkelijkheid ga je dan vragen stellen, heel vriendelijk en geduldig, en dat deed ik dan op 19 oktober. In concreto gingen de volgende vragen naar het ministerie van Economische Zaken:

  1. Welke ideeën zijn door het NOiV overgenomen, hoe is die keuze gemaakt en wat is er sindsdien met die ideeën verder gebeurd?
  2. Welke ideeën zijn ondergebracht bij Digibewust & Digivaardig, hoe is die keuze gemaakt en wat is er sindsdien met die ideeën gebeurd?
  3. Met welke ideeën is niets gedaan, waarom niet en betekent dit dat ze ook niet op een later tijdstip meegenomen gaan/zullen worden?
  4. Is er al een vervolgafspraak geweest met de staatssecretaris? Zo ja, is daar een verslag van? Zo nee, waarom dan niet en wanneer zal het overleg dan wel plaatsvinden?

In een mooie film komt dan per ommegaande antwoord, maar dit was geen film. Op 30 oktober nog maar eens een vriendelijke herinnering gestuurd. Ondertussen was vanuit een aantal vrije en open organisatie wel duidelijk gemaakt dat zij niet wisten wat er met hun input was gebeurd, ze verder geen contact meer hadden gehad met EZ of NOiV en dat het afgesproken overleg niet had plaatsgevonden. Oeps, een staatssecretaris die zijn afspraken niet nakomt!

Je schrijft voor Transparante Zaken of niet en dan moet je ook open en transparant verder. Maar even een vervolgberichtje op 9 november, ditmaal zowel naar EZ als NOiV, met een derde herhaling van de vragen en de melding dat ik nu naar een concreet artikel toewerkte. Bij voorkeur met reactie van EZ. En dan gaat het opeens heel snel, het leek wel een sprookje.

Op 10 november was daar het langverwachte antwoord van Economische Zaken, waar NOiV het ook verder bij wilde laten:

  • Sinds het overleg dit voorjaar is door het Programmabureau NOiV, de ambassadeur NOiV en Economische Zaken bekeken welke ideeën en voorstellen voldoende geconcretiseerd konden worden om in te passen in de activiteiten van het Programmabureau. Uiteraard in overleg met de indieners.
  • Op dit moment wordt hier door Programmabureau ook uitvoering aan gegeven of zit dat in de planning.
  • De staatssecretaris zal in een vervolgoverleg aan de aanwezigen van het vorige overleg een terugkoppeling geven van de huidige stavaza.
  • Dit vervolgoverleg zal naar verwachting binnenkort plaatsvinden. Wij maken dat ook nog bekend.

Sprookjes worden bijvoorbeeld gekenmerkt door het gebrek aan duidelijke kenmerken voor wat betreft plaats en tijd. Nu snap ik ook wel dat het niet netjes is om met derden te spreken over voorstellen die zijn ingediend voordat de indieners zelf op de hoogte zijn (al ben ik persoonlijk wel voorstander voor een meer open en transparante discussie over de voorstellen, maar dat zal geen verrassing zijn). Maar het zou wel prettig zijn als het geheel wat specifieker beantwoord was. Met welke indieners hebben bijvoorbeeld al gesprekken plaatsgevonden rond de concretisering? Op welke termijn mogen de indieners het volgende gesprek met de staatssecretaris verwachten? Zijn er al gesprekken geweest over het onderbrengen bij Digibewust/Digivaardig, en zo niet, voor wanneer staat het in de planning?

Geen sprookje, maar een blijde boodschap

Op 11 november komt dat toch de opmaat naar: “Ze leefden nog lang en gelukkig”. Het ministerie kwam met een blijde boodschap. Nu heb ik persoonlijk wel ervaring met dat brengen van blijde boodschappen, maar die hebben minder gemeen met het spreekwoordelijke ‘duveltje uit het doosje’.

Het eerste deel van de blijde boodschap (van EZ dan) was dat de ridder op het witte paard was gearriveerd om de slapende prinses wakker te kussen (sorry Ineke). Frans Nauta was door de staatssecretaris (welke rol moet ik hem eigenlijk geven in het sprookje?) aangesteld als ambassadeur voor het actieplan, gericht op onderwijs, zorg en de open communities. Hé, dat is opvallend! Want in het Werkplan NOiV 2009 (18 februari 2009) stond al het volgende:

Het veld van Open Organisaties alsmede (open) leveranciers worden nauw betrokken bij de aanpak van het programmabureau. Enige malen per jaar zal met de ‘open community’ overlegd worden onder voorzitterschap van Frans Nauta. Hij is door staatssecretaris Heemskerk, naast Erik Gerritsen, eveneens als ambassadeur van het programma gevraagd.

En ook op de website van het programmabureau wordt Frans in het voorjaar al als ambassadeur aangeduid. Misschien was dat zijn proeftijd? Je moet toch weten of een ridder op zijn witte paard kan blijven zitten. Sprookjes zijn serieuze aangelegenheden.

De blijde boodschap was ook fijn voor de vrije en open organisaties en hun plannen. Want, zo lezen wij in het persbericht:

Eind november spreekt Heemskerk opnieuw met de sector. Uit praktisch oogpunt is dit geen heel groot gezelschap, maar uiteraard staat het iedereen vrij zijn ideeën en suggesties bij de ambassadeur kenbaar te maken.

Echt, ik zie hier tal van kleine kinderen rode koontjes krijgen van het glunderen. Het verhaal lijkt toch echt een “eind goed, al goed” te krijgen. En wat handig getimed! Dat is mooi op tijd, want op 3 december wil het programmabureau een echte open bijeenkomst organiseren (vlak voor Sinterklaas, ook handig voor een sprookje). Ja, echt open, want het is een publieke bijeenkomst waar iedereen aan mee mag doen.

En? Dat is toch mooi?

En dan wil ik de pret niet drukken met een wat zurige, misschien zelfs cynische column. Dat het toch wel erg toevallig is dat het duveltje uit het doosje komt, dat het toch wel erg toevallig is dat de besloten bijeenkomst op de valreep vlak voor de open bijeenkomst plaatsvindt, dat het mij niet zou verbazen als in het besloten overleg een klein zakje met geld tevoorschijn gaat komen en enkele plannen worden gehonoreerd (of dat er nu echt afspraken worden gemaakt voor verdere concretisering, na 3 december), dat het straks op 3 december een hele vredige bijeenkomst zal worden, dat die bijeenkomst wellicht gaat eindigen in een leuke fotosessie en dat we straks een mooi fotoboekje krijgen voor onder de kerstboom. Nee, dan moet je de intentie van de sprookjesverteller respecteren. Dan moet je daar een mooie “Er was eens…” column van maken.

Maar helaas. Het was een beetje druk dit weekend met echt belangrijke dingen. Een aantal leden van Ubuntu-NL gaat voor Go4Africa een twintigtal computers gereed maken, voor een project in Gambia. Ik heb mij bezig gehouden met het maken van een aantal instructiefilmpjes en het verzamelen van open courseware, zodat de gebruikers daar lekker kunnen groeien in hun kennis van open source software. Ik moest ook nog Mandriva 2010 en OpenSUSE 11.2 op mijn laptop installeren en er kwam nog op korte termijn een verzoekje voor een lezing (zeg maar, mijn blijde boodschap). Dus, met oprecht excuus, maar de column “Er was eens…” is er dit weekend niet van gekomen. En zeg nou zelf, op onze leeftijd geloven we toch niet meer in sprookjes.

Jan Stedehouder Bijdragen beschikbaar onder de Creative Commons BY-NA-SA licentie, tenzij anders aangegeven. Rode, blauwe en groene pictogrammen door Ken Saunders onder Creative Commons Attribution-ShareAlike 2.5 Licentie. Suffusion WordPress theme by Sayontan Sinha

Switch to our mobile site