Helaas. De webserver waar zowel OpenSourceLearning als Ruminations on the Digital Realm werden gehost blijkt te zijn gekraakt. Ik zie in veel te veel mappen rare bestanden staan en de Ruminations site was al gehacked.
Ik neem nu even geen risico’s meer. Beide site re-directen nu naar deze website. Deze site staat op een andere server en lijkt -vooralsnog- veilig.
Update: de Open Trends nieuwsbrief van deze week staat op Fragmenten, zowel online als PDF download.
De Open Trends nieuwsbronnen pagina is ook weer online. De Open Trends nieuwsbronnen zijn te lezen via de Google Reader pagina.
Unfortunately it appears that the webserver for both OpenSourceLearning and Ruminations on the Digital Realm was hacked. The frontpage of Ruminations was already defaced and I found various suspicious files in multiple directories.
For now both domains redirect to this Dutch website (which is mine also). It is hosted on another server and this one seems to be -at least for now- secure.
In reactie op het Open Trends weekoverzicht schreef Joost Geraets dat hij vraagtekens plaatste bij de cloud, in het bijzonder het aanbod van Google. Bij Google zal ik niet snel vergeten dat het op de eerste plaats het grootste advertentiebureau is, opgebouwd rond een krachtige zoekmachine. Dat wetende heeft Google wel een centrale plaats weten te verwerven in mijn digitale leven.
Via Google Reader hou ik een forse collectie newsfeeds bij. Ideaal! Via een webbrowser kom ik bij mijn collectie, scan de nieuwste berichten en twitter/dent deze weer verder. Ik heb een tijdje gewerkt met desktop readers, maar dat was een ramp. De programma’s werden immens traag en als ik even achter een andere computer zat moest het programma daar ook weer alle berichten binnen halen.
GMail is om dezelfde reden mijn centrale mailcliënt. Zelfs de webbrowser van mijn mobiele telefoon is meer dan voldoende om de e-mail van meerdere accounts, geaggregeerd via GMail, te lezen en te beantwoorden. Ik heb die accounts ook al eens via IMAP aan de mobiele telefoon geknoopt. Niet handig want langzaam en en een forse geheugenvreter. Google Docs is groeiende, Google Calendar is sinds kort in gebruik. De synchronisatie van Google Calendar met mijn mobiele telefoon verloopt soepeltjes. Juist op het gebied van mobiel internet en een makkelijke toegang tot mijn online data vanaf meerdere computers en apparaten zie ik mijn gebruik van Google diensten toenemen. Google Maps zorgt voor een fore tijdswinst als ik weer eens een lezing moet geven op een door mij niet eerder bezochte locatie.
Maar is dat verstandig? Als we sites als Google Watch moeten geloven niet. Door al deze gratis diensten, met flankerende advertenties, krijgt een enkel commercieel bedrijf wel heel veel inzicht in mijn online activiteiten. Het Google Books project staat onder druk vanwege de wat zwakke waarborgen van de privacy. Het is überhaupt maar de vraag hoe lang een commercieel bedrijf de rug recht houdt als overheden gebruiksinformatie opvragen. De angst dat onze online privacy onder druk staat is mede de aanleiding van de Freedom not Fear campagne.
Moeten wij ons dan alleen zorgen maken om Google of moet het breder getrokken worden naar alle cloud diensten? Een goede vraag. Het aanbieden van cloud diensten is volgens mij toch echt het terrein van grote commerciële bedrijven. Gelukkig gaat de groei van deze diensten gelijk op met de discussie en bewustwording rond open standaarden en open data, zodat we aan de voorkant al zo veel mogelijk een nieuwe vendor-lock kunnen voorkomen. Voor elk van die bedrijven gelden dezelfde bezwaren als bij Google. Hoe weten wij dat onze persoonlijke gegevens veilig zijn voor de ogen van de aanbieder van de dienst? Zijn er geen achterdeuren ingebouwd? Misschien en het zou ook niet uniek zijn voor cloud diensten. Verhalen over achterdeuren zijn al zo oud als gesloten software
.
Vervolgens schiet mij ook de wetgeving over dataretentie te binnen. Daar zien we ook al dat overheden grip proberen te krijgen op onze online activiteiten. In Nederland worden verkeersgegevens voor een periode van zes maanden opgeslagen. In Duitsland is al een internetfilter actief waardoor toegang tot websites geblokkeerd kan worden en het lijkt mij een kwestie van tijd voordat een dergelijk filter Europees wordt uitgerold en het aantal geblokkeerde sites gaat toenemen. Ik wil dit geen goede ontwikkeling vinden. Nee, ik heb niets te verbergen, ben ook geen lid of sympathisant van een terroristische organisatie. Maar ik behoor wel tot een religieuze minderheid die zich regelmatig tegenover Europese overheden geplaatst ziet die de vrijheid van godsdienst liever wat beperkter uit willen leggen. Digitale burgerrechten liggen mij dus na aan het hart.
Tja, en dan moet je kiezen. Naast digitale burgerrechten vind ik digitale geletterheid ook belangrijk. Iedere technologie heeft voor- en nadelen, biedt kansen, zorgt voor nieuwe risico’s. De cloud diensten van Google of een andere grotere aanbieder maken het leven voor mij een stuk makkelijker en efficiënter. Is het erg dat Google weet welke nieuwsbronnen ik langs loop voor Transparante Zaken? Welke risico’s loop ik door alle e-mail te aggregeren via GMail? Het risico op dataverlies is afgedekt door een complete synchronisatie met een lokale server, maar is die laatste server wel zo veilig? Mag Google weten waar ik op ieder moment van de dag ben doordat het bedrijf in mijn agenda kan kijken? Dit laatste boeit me niet zo. Een overheid die wil weten waar ik ben kan dat eenvoudig doen door de gegevens van mijn mobiele telefoon aanbieder op te vragen. Of ik vertel het de wereld zelf wel via Twitter en Identi.ca.
Dus kies ik voor een deel voor gebruikersgemak, zorg ik voor voldoende waarborgen rond mijn persoonlijke data (combinatie van cloud en desktop oplossingen) en is het mijn keuze om dat wat geheim moet blijven zeker niet digitaal af te handelen. Ideaal? Vast niet.
Een groep Duitse bloggers en internetjournalisten heeft vandaag een nieuw manifest de wereld in gestuurd. Dit “Internet-Manifest” benoemt de invloed van het internet op de journalistiek. Als je al een tijdje in het digitale universum rondwandelt bevat het manifest weinig nieuwe punten, maar dit wel prima omschrijving van de wijze waarop internet, sociale media, de ‘wisdom of the crowds’ etcetera hun invloed uitoefenen op nieuwsgaring, meningsvorming en verslaggeving. Ik heb de punten maar even proberen te vertalen:
- Het internet is anders: het biedt ruimte aan meerdere doelgroepen, gebruikt eigen technologie en heeft een eigen cultuur. Dit is een technologische realiteit die niet bestreden, maar geïncorporeerd moet worden.
- Het internet is een media-imperium op vestzakformaat: het publiceren en distribueren van nieuwe informatie wordt niet verhinderd door hoge toetredingskosten. Journalistiek onderscheidt zich nog door kwaliteit van de publicatie, niet door het publiceren op zich.
- Het internet is deel van de samenleving: voor een groot deel van de westerse wereld vormen sociale netwerken, Wikipedia en Youtube integraal onderdeel van hun bestaan, ze zijn deel van hun communicatienetwerk.
- De vrijheid van het internet is onschendbaar, of zou dat moeten zijn. De open structuur van het internet is een fundamentele bouwsteen van een digitale samenleving. Politieke of economische belangen mogen de toegang tot het internet niet belemmeren.
- Het internet betekent de overwinning van de informatie. Waar in het verleden kennis en informatie werden geordend (en geselecteerd) door instituten, is nu een wereld aan informatie vrij beschikbaar voor ieder die er naar op zoek wil gaan.
- Het internet verbetert de journalistiek. Het gedrukte (en dus onveranderlijke) woord verliest aan waarde, het internet biedt ruimte en mogelijkheden voor andere vormen van presentatie.
- Het internet vereist netwerken. Het internet krijgt waarden door snelkoppelingen, door verbindingen en verwijzingen naar elkaar.
- Linkjes en citaten verrijken de inhoud, maken voor een debat in een genetwerkte wereld. Het gebruik van links en citaten vereist ook geen specifieke, afzonderlijke toestemming.
- Het politieke/publieke debat verplaatst zich naar het internet. Het aantal directe deelnemers neemt daar ook toe. De journalistiek moet daar een plaats in verwerven.
- De vrijheid van meningsuiting moet de nieuwe persvrijheid zijn: het is niet acceptabel dat alleen officiële journalisten beschermd zijn door wetgeving. Het onderscheid is niet langer tussen officiële journalisten en amateurbloggers, maar tussen goede en slechte journalistiek (al dan niet betaald).
- Meer, meer, meer. Er is nooit te veel informatie.
- Met internetjournalistiek is geld te verdienen, maar dan moet het zakelijk model wel worden aangepast. Traditie is geen business model.
- Op het internet is het auteursrecht even geldig als daarbuiten. De auteur bepaalt wat er met zijn werk mag gebeuren. Een goede formulering van die rechten door de auteur is een burgerplicht.
- De tijd van de lezer heeft een financiële waarde. Dat is zo bij de bestaande media, dat is zo op het internet. Reclame en journalistieke informatie gaan samen, het is de vorm die verandert.
- Wat online gaat, blijft online. Het nieuws is niet meer vluchtig, maar krijgt een grotere duurzaamheid dan bij gedrukte media mogelijk is.
- Kwaliteit blijft het belangrijkste onderscheidende kenmerk. De lezers/bezoekers/deelnemers zullen op langere termijn altijd voor kwaliteit kiezen. De journalistiek moet hier trouw blijven aan haar onderliggende principe’s.
- De “Generatie Wikipedia” maakt van massacommunicatie een grootschalige uitwisseling van informatie, onderzoek en nieuwsdeling. Journalisten moeten de vaardigheden van deze generatie serieus nemen en gebruiken voor hun eigen werk.
De punten 4 en 10 vormen eerder deel van een politieke agenda dan een duiding van hoe het internet de journalistiek beïnvloedt, maar ze horen wel in het overzicht thuis. Door het de vrije toegang tot het internet is een nieuwe vorm van journalistiek ontstaan en het is zaak de randvoorwaarden voor die vorm blijvend te realiseren.
Persoonlijk raakt punt 16 bij mij de juiste snaar: Kwaliteit blijft het belangrijkste onderscheidende kenmerk.
Op Ruminations on the Digital Realm sta ik stil bij de vraag of ik nu meer een ambassadeur van vrij en open ben of een ambassadeur van vrijheid,vrijheid van keuze. Ik ben met vrije en open source software begonnen vanwege de vrijheden die het gaf om te spelen, te groeien en mijzelf op nieuwe terreinen te ontplooien. In het gepolariseerde debat van vrij/open versus gesloten mis ik soms het recht op de keuzevrijheid.
