Tussen het najaar 2009 en de vrijgave in juni 2010 is hard gewerkt aan de vierde editie van het Open Source Jaarboek. Voor mij was het de tweede maal dat ik als co-redacteur aan het jaarboek mocht bijdragen en dat is best een bijzonder proces. Als redactie -dit jaar bestaande uit Hans Sleurink, Jan Willem Broekema en mijzelf- bekijk je in een vroeg stadium welke onderwerpen aan bod moeten en kunnen komen, wie daarvoor de meest geëigende schrijvers zijn en bepaal je toch de toon en richting van de aankomende editie. Vervolgens worden mensen benaderd. De meesten zijn geen schrijvers, maar staan dagelijks met hun voeten in het open domein. Het zijn mensen die wel in staat zijn afstand te nemen van de dagelijkse praktijk en vervolgens het onderwerp te beschouwen en er verdieping in aan te brengen. Als redacteur mag je dat proces begeleiden, en dat is mooi werk.
Zo wil ik het Open Source Jaarboek ook omschrijven. Het brengt verdieping waar in de dagelijkse berichtgeving toch te vaak wordt volstaan met soundbytes, met kort en krachtig. Noodzakelijk, want er is vaak weinig tijd en ruimte, maar op belangrijke punten soms net iets te schraal. Het jaarboek kijkt ook naar cruciale onderwerpen die buiten het harde licht van de aandacht blijven en in het afgelopen jaar ten onrechte in de schaduw zijn blijven staan. In het Open Source Jaarboek is ruimte voor afstand, voor bespiegeling, voor verdieping en voor verruiming van het blikveld in en over het open domein.
Natuurlijk ben ik een beetje bevooroordeeld, maar het is de moeite waard om het Open Source Jaarboek 2009-2010 aan te schaffen. Het geeft een duidelijk beeld van de stand van zaken als het gaat om open source bij de (Europese) overheden, met bijdragen op dit punt van Hans Sleurink, Gijs Hillenius en Wilma Willems. Er wordt stil gestaan bij de normatieve aspecten van ICT (Gerard van Oortmerssen)en bij de vraag of open standaarden in de Grondwet (Maurice Schellekens) opgenomen moeten worden. De zakelijke kant van open source wordt belicht door juristen (Wouter Dammers en Menno Weij) en vanuit het bedrijfsleven (Marc Vloemans). Wat is de meest wenselijke invulling van de informatiesamenleving? Vanuit het Free Knowledge Institute wordt deze vraag vanuit een historisch én een vrij perspectief beantwoord. Jan Willem Broekema vraagt zich af of het onderwijs wel de juiste IT-ers voor de toekomst oplevert. In een drieluik worden drie verschillende gemeenschappen (Ubuntu-NL, OpenOffice.org en Hippo) aan het woord gelaten en dat geeft een bijzondere inkijk in de relatie tussen open source bedrijven en gemeenschappen van gebruikers en ontwikkelaars. Drie profielschetsen laten zien hoe twee nieuwe Nederlandse organisaties (HCC Platform Linux en LPI-Nederland) in het open domein actief zijn geworden en hoe het staat met de promotie van ‘open’ op de Nederlandse Antillen. Mijn hoofdbijdrage staat stil bij de vraag of het instrumentarium dat gebruikt wordt om de voortgang van het open standaarden- en open source beleid van Nederland te meten wel afdoende betrouwbaar is.
Nog even de officiële flaptekst:
Door ICT heeft de overheid meer controle over burgers dan ooit tevoren. Dat vraagt meer tegenmacht voor burgers, want alleen zo kan de balans in de democratie behouden blijven. Een instrument daarvoor zijn open ICT-standaarden. Die moeten dan ook als een burgerrecht worden opgenomen in de Nederlandse Grondwet. Tot deze prikkelende conclusie komt de jurist Maurice Schellekens in deze vierde editie van het Open Source Jaarboek. Daarin komen een reeks experts aan het woord – wetenschappers, ICT-ondernemers, politici – over de ontwikkelingen naar een meer open samenleving. Ze brengen scherpe analyses, tonen nieuwe gezichtspunten en geven tal van aanbevelingen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het veelgeprezen actieplan Nederland Open in Verbinding. De ambities van dit actieplan zijn inmiddels de dagelijkse realiteit tegengekomen. Welke resultaten zijn geboekt, hoe is het open domein in beweging gekomen, en welke richting moet het Nederlandse open standaarden- en open source-beleid de komende jaren in slaan?
Aandacht is er ook voor de ethische aspecten van het gebruik van ICT? Welke menselijke waarden stoppen we in technologie? En beseffen we wel dat we dat doen? Hoe zorgen we ervoor dat ICT de mens en de samenleving blijft dienen? Over deze vragen laat prof. Gerard van Oortmerssen indringend zijn licht schijnen.
Net als bij vorige edities is ook nu het uitgangspunt dat deze uitgave de lezer houvast moet bieden. Immers, over het fenomeen open software wordt zoveel geschreven, dat zelfs de meest ervaren professional niet alle gebeurtenissen kan bijhouden. Het Open Source Jaarboek biedt hulp door ontwikkelingen samen te vatten, verdieping te zoeken en toekomstperspectieven te schetsen. Het bevat ook een overzicht van organisaties en gemeenschappen die zich in Nederland en Belgie op open toepassingen richten.
Overzicht, samenhang en perspectief. Dat is wat dit jaarboek biedt aan geinteresseerden, professionals en beleidsmakers die zich met dit belangwekkende onderwerp bezighouden.
Het Open Source Jaarboek 2009 – 2010 kost € 29,50 en is verkrijgbaar bij verschillende boekhandels.


