Deze dagen ben ik vooral bezig met het voorbereiden van de lezing ‘Werken aan digitale rechvaardigheid, verkleinen van de ‘digital divide‘. De lezing staat stil bij de ontwikkelingen in het open domein in relatie tot duurzame ontwikkeling, digitale duurzaamheid en de zogenaamde ‘digital divide’. Voor mij persoonlijk is het ook een terugkeer naar het gedachtengoed van Robert Chambers, een gedachtengoed waarmee in aanraking kwam gedurende mijn studie Maatschappijgeschiedenis. Als deel van de studie heb ik het programma Ontwikkelingsprogrammering gevolgd (Economische Faculteit, EUR) omdat ik graag in het ontwikkelingwerk aan de slag wilde. Goed, dat is uiteindelijk Curacao geworden
.
Het boek ‘Rural Development. Putting the last first‘ (1983) maakte een diepe indruk op me in die periode en vormde de basis voor een conferentie die samen met twee collega-studenten werd georganiseerd: ‘Expert-led growth’, over de bijdrage van ontwikkelingswerkers bij projecten in Derde wereldlanden. Het was een stevige conferentie met een pijnlijke conclusie: ontwikkelingswerkers deden meer kwaad dan goed en namen nu vooral banen in die direct of op korte termijn door lokale deskundigen overgenomen konden worden. Tja, daar stond een complete lichting idealisten met de mond vol tanden. Als ik het kort moet samenvatten, dan stond het gedachtengoed van Chambers voor mij voor: (1) bij de uitwerking van ontwikkelingsprojecten vindt een forse vertekening plaats op basis van vertekeningen (‘bias’) van voornamelijk westerse donoren en ontwikkelingswerkers, waardoor de hulp nauwelijks terecht komt bij degenen die deze het hardst nodig hebben, (2) onze opleidingen, onderzoeksmethoden en werkwijzen maken dat we de verkeerde vragen stellen, aan de verkeerde mensen, op de verkeerde manier en dat leidt vervolgens tot adviezen en projecten die meer schade aanrichten dan baat opleveren, en (3) om bij de mensen uit te komen die over de werkelijke kennis van de lokale situatie beschikken moeten wij anders leren werken. Ik heb het voor mijzelf omschreven als een antropologische methode om dynamische menselijke systemen te doorgronden en waarbij je vanuit de basis bijdraagt aan verbeteringen.
‘Putting the last first’ dateert al weer uit 1983. Dat is ruim voor het internettijdperk. Mijn gevoel zei me dat ik het model/gedachtengoed van Chambers eens moest los laten op het open domein, op de ontwikkeling en groei van open gemeenschappen. Dit werd onder andere gevoed door de observaties uit het artikel ‘De feministische golf bereikt de FOSS kust’ waar de aandacht werd gericht op de positie van vrouwen in open source ontwikkelgemeenschappen. Een korte speurtocht en een geduldige credit card maakte een leuke uitbreiding op mijn bibliotheek mogelijk.
Waar ‘Putting the last first’ de nadruk legde op het primaat van mensen aan de onderkant van de samenleving, kwam ‘Whose reality counts. Putting the first last‘ (1997) met de aanbeveling voor ‘have’s’ om doelbewust status, macht, zeggenschap etcetera in te leveren om zodoende ruimte te maken voor nieuwe mensen met nieuwe kansen. In ‘Challenging the professions. Frontiers for rural development‘ (1993) bepleitte Chambers een nieuw paradigma voor ontwikkelingswerkers en laat hij zien hoe professionals hun vertekeningen kunnen overwinnen. Hoe? Door te durven vergeten wat je hebt geleerd, door aan jezelf te blijven twijfelen en door voortdurend op zoek te gaan naar de mensen die je nog niet hebt gezien. ‘Revolutions in Development Inquiry‘ (2008) kun je zien als een culminatie van ideeën en ontwikkelingen die zich sinds ‘Putting the last first’ zichtbaar zijn geworden. In dit boek komen Linux en Wikipedia voorbij als voorbeelden van een ‘participatory methodology’ buiten het directe werkterrein van ontwikkelingssamenwerking.
Chambers kan nog steeds niet enthousiast worden over de kwaliteit van de opleiding van ontwikkelingsdeskundigen (al wordt het beter) en ziet hij nog veel te veel tekortkomingen bij de ontwikkeling en uitvoering van ontwikkelingsprojecten. Maar hij blijft een optimist. In ‘Ideas for Development‘ (2005) bespreekt hij zijn oplossingsrichting, één die we de wetenschappelijke variant op ‘verbeter de wereld, en begin bij jezelf’ mogen noemen. Het gaat er niet alleen om aandacht te vestigen op de noden van zwakken, de zieken, de armen, de onzichtbaren, noch het aandringen op het opgeven van macht, status, invloed etcetera door de ‘have’s', maar om het nemen van een persoonlijke verantwoordelijkheid. Wat kan je in jouw persoonlijke leven doen om jouw eigen leven en dat van de mensen om je heen positief te beïnvloeden, en een eenieder meer bewust te maken van de verantwoordelijkheid voor het welzijn van de wereldgemeenschap. Het boek eindigt met een citaat van Ghandi, een citaat dat zeker in de lezing terug gaat komen:
I will give you a talisman. Whenever you are in doubt, or when the self becomes too much with you, apply the following test. Recall the face of the poorest and weakest man whom you may have seen, and ask yourself, if the step you contemplate is going to be of any use to him? Will he gain anything by it? Will it restore him to a control over his own life and destiny? In other words, will it lead to Swaraj for the hungry and spiritually starving millions? Then you will find your doubts and your self melting away.
Wat mij betreft zijn er genoeg bruggetjes tussen de aansporingen van Robert Chambers en de ontwikkelingen in het open domein. Maar dat is voor een volgend artikel.
. . . → Lees verder: Robert Chambers, open source en diversiteit (1)


